Thanks for the congrats. Weathercircumstances are so bad here that I just booked a trainjourney from Beziers to Dijon. There I hope to be north of the bad weather and continue my bike trip home. From there it’ll take another 6 days app. We have 2 birthdays over here, there will be a tree planted in the garden and a nice dinner to conclude my stay. All well, pity of the train-necessity. Next message to be expected from much more north.
Dank jullie allemaal voor de reacties en felicitaties. Hartstikke leuk en fijn. Zoals jullie wellicht weten zijn we hier in huis met z’n tweeen jarig. Mijn kadootje is een boom die ik zometeen ga planten voor het huis, Jacques zal een diner bereiden. En dat kan hij als geen ander, dat wordt een feest. Voor de rest is het hier geen feest, het is hondenweer. Bij Montpellier is de treinenloop zelfs gestremd wegens wateroverlast. Dat is hier wel 75 km vandaan, maar hier is het een grijze boel met hoosbuien en onweer. Ik heb dus vanmorgen een treinkaartje gekocht en ga morgen vanaf Beziers met 2 x overstappen naar Dijon, midden-Frankrijk. Volgens onze informatie zit ik dan noordelijk van het slecht weer gebied. Als dat klopt moet ik daarna nog een dag of 6 fietsen naar huis. Het is jammer dat het zo moet, maar ik heb geen goesting om een aantal dagen door storm en regen te fietsen. On n’est pas fou, hein. In NL is het op dit moment fantastisch weer, het is jullie gegund.
Alors mes amis, au revoir quand le soleil retourne.
Mijn 2de doel bereikt. Gearriveerd bij Jacques en Rob in Lunas. Odo 1879 kms. De rit van Montpellier naar hier, 71 kms, was mooi en vrij gemakkelijk. Alhoewel het geleidelijk omhoog ging was daar nauwelijks iets van te merken. Het landschap is mooi en wordt geleidelijk meer bergachtig. Rond een uur of één was ik in Lodève, waar ik barstte van de honger. Je eet dus wat, een salade mer aardappeltjes en zalm. Heel lekker, maar een beetje zwaar. Zeker in het licht van de klim die ik voor de boeg had. Lunas ligt nl. achter een bergpas van ruim 600 meter hoog. Dus ik moest er hard aan trekken. Het ging 6 km lang omhoog en ik moest vaak in de allerkleinste versnelling. Daarbij was het heet.Soms zijn er van die momenten dat je totaal geen wind voelt, achter een bergwand of zo. Dan is het weleens te gek, maar dat duurt nooit lang genoeg om er iets van te krijgen. Een kilometer of zo onder de pas kwam Jacques me tegemoet gereden en hij wilde me wel in de auto nemen. Dat kon ik natuurlijk niet doen, de kick is zelf het erf op te komen rijden. De afdaling was grandioos en het zweet was weer gestold toen ik door beide heren begroet werd. Toen was er koud bier, een lekkere douche, later lekker eten, beetje wijn, lange gesprekken en nog later een heerlijke nachtrust. Nu weer een paar dagen uitrusten en mijn volgende plannen gaan maken.
Mission part II accomplished. Odo 1879. A nice ride through lovely countryside. I reached Lodève (57 kms) somwhere at noon. For lunch I had a salade with potatoes and salmon. Very good, but a bit heavy maybe. This was not very sensible in the light of the climb I had ahead. Between Lodeve and Lunas there is a pass of over 600 mtrs alt. And I felt it. Actually I was happy to notice that my legs could do it. But it was hot and long, over 6 kms of ascent. Jacques was so kind to come and meet me in his car. We met just 1 0r 2 kms under the pass. He offered me to get into the car, but of course I couldn’t accept this. It would make my undertaking impure, as Gino Gomba had mentioned it when I denied his offer in Martigny.
So I reached my friends’ house on my own and was welcomed very warmly. There was cold beer, a shower, nice food and wine, long talks and a perfect sleep afterwards.
Odo 1808. Toen ik Arles uitreed en de Rhone was overgestoken was ik meteen in het nationale park van de Camargue. Rietkragen langs sloten, ratelpopulieren, akkerbouw, witte reigertjes. Af en toe een huis met zo’n asymmetrisch dak dat we kennen van de schilderijen van van Gogh. Het was af en toe of ik door de Brabantse Biesbosch reed. Ik had de wind in de rug (hèhè) en schoot flink op. Om 1200 en na precies 50 kms was ik in Aigues Mortes, een oud stadje dat vroeger aan de kust lag. De vuurtoren staat nog steeds op een hoek van de stadsmuren. Op het centrale plein een sandwhich gegeten en nog een km of 5 verder gereden naar waar de Rhone nu de kust heeft gelegd: Pont de Crau. Daar rechtsaf langs de kust langs de toeristenstranden van La Grande Motte over een strook duinen tussen de zee en een groot kustmeer. Recht ten zuiden van Montpellier is er een landstrook, waarover ik richting deze stad (10 kms) kon rijden. Voor een fietser bleek het erg moeilijk om langs deze kant de stad in te komen en herhaaldelijk kwam ik op autowegen terecht. Meestal snel wegwezen! In de stad reed ik op een moment pardoes een ondergrondse parkeergarage in. Toen was ik het zo zat, dat ik alle regels negerend ergens naar boven ben gefietst en pardoes, daar stond ik ineens op de Esplanada. Een prachtige park of laan met grote platanen, terrasjes en perken dat uitloopt op een nog fantastischer plein: Place de la Comedie. Een schitterend plein voor de opera, met mooie 19de eeuwse architectuur langs 3 zijden, vol met flanerende mensen, studenten aan het begin van het academisch jaar, jongleurs en ik heb er geweldige muzikanten aan het werk gezien en gehoord. Er waren natuurlijk plenty terrassen en ik ben er, na de accommodatie geregeld te hebben, eigenlijk niet meer weggeweest. Het touristenbureau was ook daar. Ik werd er heel vertederend geholpen door stagiairtjes (saisonières) die aandoenlijk hun best deden. Mijn eigen studenten eigenlijk. Samen vonden we uit dat er geen camping binnen redelijke afstand was. Wel aan de kust, maar daar wilde ik niet terug heen. Dus vonden we een budget hotelletje heel dichtbij. Ook aandoenlijk. De fiets mocht niet buiten blijven, die werd dus gestald in het ontbijtkeukentje. ’s Ochtens moest hij naar de receptie, waar hij ook weer behoorlijk in de weg stond. Maar dat was allemaal geen probleem, integendeel, duizend vragen en toen ik weg reed ging dat met heel veel "Bon courage".
Odo 1808. Immediately after leaving Arles I entered the Parc National de Camargue. It’s the delta-area (estuary) of the Rhone river, which flows into the Mediterenean sea through various branches. The land is completely flat and very similar to many places near where I live, since my country merely consists of sediments that have been deposited there through the ages by the rivers Schelde, Meuse and Rhine. So I felt at home. Reeds growing along canals, poplar trees with their leaves rattling in the wind (which I had in the back this time!), large agricultural fields and small white herons (which I seldom see at home). Sometimes a house, picked from a van Goch painting. I made quick progress and reached Aigues Mortes at noon. I had lunch on the central square of this historic town, which used to be on the shore, the lighthouse still standing tall on the city walls. But the sediments of the river already have moved the shore seaward and it was still 5 kms to Port de Crau before I touched the blue waters of the sea. I followed the coastline westward, along the very touristic beaches of La Grande Motte before turning north to ride the last 10 kms into Montpellier. When I finally reached the centre, (which is not easy for a cyclist, I even entered an underground parking garage at a certain moment) I found the tourist office on the splendid location of the junction of the Esplanada and the Place de la Comédie. A magnificent place, surrounded by beuatiful 19th century architecture and with thousands of people just strolling around, meeting each other, seeing and being seen, young students at the opening of the academic year, really fantastic musicians and acrobats. I spent the rest of my day there, very nice place to be. In the tourist office I was helped by some "seasonières", stagiairs, they could have been my students. Young and unexperienced, but they were as helpful as they could be. Together we found out that there was no campsite anywhere near, so they found me a cheap hotel very close by. There my bike could be stalled in the breakfast kitchen. In the morning during breakfast it had to be removed into the reception, which was completeley blocked by it. Very charming altogether. Fortunately I was one of the first to leave the next morning, and no one complained. On the contrary, I was asked many questions and was sent on the road again with lots of " Bon courage".
Odo 1712. De rit naar Arles ging weer onder aangename weersomstandigheden. Maar bij het opbreken van de tent stroomde het zweet weer in de brilleglazen, terwijl het als je rustig blijft en bv. lekker fietst heel aangenaam is. Langs plataan-omzoomde wegen en het kustmeer van Berre, ik zit zowat aan de Middellandse zeekust. Het departement heet "Bouches du Rhône" (mondingen van de Rhône) en het is een laaggelegen, vaak moerassig land. Wij leven ook in een delta, het is dus een beetje Zeeland, maar dan droger, heter en andere grond. Arles heeft een binnenstad met overblijfselen uit periodes vanaf de Kelten, Romeinen en meer, inclusief een enorm aquaduct en dito amfitheater (een arena). Jammer is dat de Rhône, die door de stad stroomt, onzichtbaar is omdat een een dijk, een muur van ca. 4 meter als bescherming is gebouwd. Dat heb je met steden in delta’s. Als de Amerikanen niet zo’n hekel aan belasting betalen hadden zouden ze met zo’n dijk New Orleans beschermd kunnen hebben, nu hadden ze er slecht onderhouden zg. levees en de gevolgen kennen we. Van Gogh heeft hier gewoond en gewerkt. Veel van zijn van hitte zinderende schilderijen zijn hier gemaakt. Ik ben hier in 1967, toen ik eigenlijk nog in de laatste maand van mijn diensttijd zat (ik was echter goede maatjes met de administrateur), met Jan Hein in zijn FIATje 600 geweest, herken echter niets meer. Later ook met Eveline, maar na één keer hebben we besloten niet meer ’s zomers hierheen te gaan: te heet.
Heb gehoord dat het een mooi corso was. Gefeliciteerd Zundert.
Odo 1712 kms. The last log was written in Monasque, still in a mountainous environment. At this moment I’m in Arles. This old (Roman, Medieaval) town is situated at the mouth of the river Rhône, just a few kms from the Mediterenean sea. The town is also famous through Vincent van Gogh, who lived and worked here for a certain period. Many of the works that make the Provence heat so vividly visible have been made here. For me it’s extra interesting, since van Gogh was born in the same village as myself. For this reason one of my first holidaytrips abroad I made was to this town and other places where the artist had lived and worked. It was in the year 1967, just qfter I had left the army. I went with a friend in his FIAT 600, a small rucksack with 4 wheels and a tiny engine. Later with Eveline we have been here again, but not very often: summers are too hot here. Yesterday I was in Aix en Provence, a bigger city, but very nice and old too. Nicer even. I saw the big Cézanne exposition there. It was crowded, but worthwhile. The weqther has become cooler, since the sun is invisible. The least effort makes me sweat unagreeable heavy though. Have to take my cycling gear with me into the shower every time.
Dood was hij niet, ook niet half. Hoogstens een beetje misselijk of zo. Of stelde hij zich alleen maar aan omdat hij geen zin had om het museum binnen te gaan? Ik stond om een uur of 4 voor de kassa van het museum voor de Cézanne tentoonstelling. Maar meneer toch, de kaartjes zijn meestal ’s middags om een uur of 1 al uitverkocht. De kaartjes geven ook nog eens een tijdspanne van een half uur aan waarin je het museum binnen mag. Jaja, kunst is in, iedereen wil erbij zijn. Een kaartje voor morgenochtend dan? Nee, doen we niet, u kunt hier om 9 uur in de rij gaan staan. Als je een monopolie hebt kun je je eisen stellen, wat het voor de klanten betekent is niet van belang. Ik had me er al bij neergelegd, toen een mevrouw me aansprak en zei dat ze een kaartje voor nu, dit moment, over had. Nou dat wilde ik wel hebben. Ik vond die Marseillaise, want dat was ze, heel aardig en de deal was snel gesloten. Ik voelde me een heel fortuinlijke kunstliefhebber.
Odo 1626. Vanaf Monasque toch nog verder gedaald en via mooie door de voor de Provence zo karakteristieke platanenomzoomde en bescaduwde wegen in Aix aangekomen. Camping aan de rand van de stad, wat meer bevolkt dan de halfgesloten en bijna lege van de voorafgaande dagen. Mooie oude stadskern, met steegjes en pleinen, vol met leuke winkels en winkeltjes waarvan ik weet wie er van zou smullen. En bartsensvol terrasjes, leuk om te flaneren dus. Er is een grote avenue, Mirabeau, die een beetje de Champs Elysée of de Ramblas moet evenaren. Komt in de buurt. Veel volk, drukke stad. Paul Cézanne, één van de groet impressionisten, is hier geboren en heeft het grootste deel van zijn leven hier ook gewoond en gewerkt. Nu loopt de tentoonstelling Cézanne 2006, Cézanne in de Povence. Vele zalen met heel veel werken. En ook héél veel bezoekers, in sommige zalen was het dringen. Maar blij dat ik het gezien heb. Dat was nog niet zo gemakkelijk, want de – tijdsgebonden – kaartjes zijn tegen de middag al uitverkocht en ik kwam pas veel later daar aan. Andere log. Met Jacques en Rob gebeld, prognose: ik arriveer zaterdagavond.
Het weer is trouwens een stuk beter. Het is betrokken, dus de felle zon ontbreekt. Veel aangenamer, lekker om te fietsen, maar een geringe inspanning als een klimmetje, of ’s morgens de tent opruimen en inpakken doet het water in rivieren van mijn lijf stromen. Ik neem na elke rit de kleren mee onder de douche.