Cycling northern Laos, Luang Namtha – Oudomxai

lTotal distance 115 kms. We cycled it in 2 stages, 66 k and 500 mtrs ascent and 53 k and over 600 mtrs ascent. From Luang Namtha we took the same way back to the junction, where we had turned right when we came from China. On this point, after 38 kms, we had lunch. (There are 2 guesthouses there). Then we turned right, down the 13N, which we thought to be the main through road from China to Luang Prabang and Vientiane. It used to be, since we remember the many Chinese lorries that we saw on the road south from Luang Prabang nearly 3 years ago, they had used this road in order to get there. Now there is hardly any traffic at all and the road is totally worn out. There were countless spots where the road had changed in muddy stretches, giant potholes etc. Obviously the road had been used very intensively and no maintainance has been done, resulting in a road that can hardly be used by normal traffic any more, unbelievably bad. It passes through many small villages, and especially there it was a big muddy mess. No Chinese trucks today. Image us toiling through this road in the pouring rain. First time during our journey that we really got wet. And it’s supposed to be dry season! But in this climate is not so bad to get wet, we have got good rain jackets and though the legs and feet get wet they don’t get cold at all. The bikes need a thorough cleaning though.  All in all the ride was rather easy, inspite of the bad road conditions and the rain, mainly because it was mostly gradually downhill. We stayed in a very basic guesthouse in Na Mo, first house on the right after the bridge. A simple restaurant 100 mtrs before the bridge on the right. We came in late (19.00), and there was no meat and vegetables left. The reason was that a big group of Lao were in. They told us they had wanted to continue their trip to Oudom Xai, but there was a landslide ahead and they had not been able to pass today. Tomorrow the road would be free, they promised us. For dinner we had a big fisch and an omelet, good enough.

Today no rain and a slightly better road. We have settled in Vivanh guesthouse in Oudom Xai (also Muang Xai) and tomorrow we have a heavy stage awaiting, over 80 k and over 1000 mtrs of climbing. We know, since we have done this route before 2 years ago. I classified it as "very heavy" at the time.

Wat een arm land

Dat is wat we constateren na 4 dagen Laos. De mensen in de dorpen leven van landbouw. Op dit moment is alles gericht op de maisoogst en we zien ook wel wat rijst. Ze leven echt in armoedige hutjes. Als het regent zijn de dorpjes modderig, als het droog is erg stoffig, want niet geplaveid. De mensen zijn heel vriendelijk en de kinderen zijn niet te weerstaan. Met stralende gezichten roepen ze al van verre " Sabaidee’. Toch komt de reactie van de volwassen mensen ons minder blij over dan in China. Onze theorie is, dat het echte outcasts zijn, zonder enig perspectief. De kinderen gaan niet altijd naar school, want ze moeten helpen op het land en dat land ligt soms drie uur lopen van huis vandaan. Dat heeft weer te maken met de zogenaamde slash and burncultuur: regenwoud wordt gekapt en verbrand en de grond wordt vervolgens in cultuur gebracht. Na de oogst moet er 15 jaar worden gewacht eer het land opnieuw gebruikt kan worden. Dit om ervoor te zorgen, dat het regenwoud weer herstelt. Daardoor moet er steeds een nieuw stuk land in gebruik worden genomen. Dat kan dan dus ver van huis worden. Door de overbevolking dreigt deze vorm van landbouw bedrijven toch onmogelijk te worden zonder het regenwoud geweld aan te doen. Nieuwe projecten leren mensen nu compost te gebruiken, zodat ze het land vaker kunnen bebouwen. Gezien de armoedige staat van de hutjes en de primitieve levenswijze brengt de landbouw niet echt veel op is onze conclusie. In China is perspectief. Er wordt hard gewerkt aan de wegen. Het onderwijs verbetert. De omstandigheden van mensen verbeteren ook, zij het dat het accent ligt op de grotere infrastructuur, maar er ligt een betere toekomst in het verschiet en dat voel je als reiziger.

Laos

Zaterdag 1 november zijn we Laos binnen gefietst. Na Mengla was het een gemakkelijke rit naar Mo Han, de grensplaats. Gemakkellijk omdat we de hoofdweg namen, we waren de jungle en het bergop en -af rijden weer een beetje beu. Mo Han is een prachtig stadje, met een prachtig aangelegde hoofdstraat, die op de grens eindigt. Mooie gebouwen, we denken een visitekaartje voor reizigers die vanuit Laos daar het land binnenkomen. Nou, verderop ziet het er vaak wel een beetje anders uit.

We hebben er in een fijn hotel geslapen met een mooi balkonnetje met uitzicht. Het land uit was zo gepiept, even het kantoortje in, stempeltje in het paspoort, controle bij de slagboom en rijden maar. Een paar km verder de Lao immigratie. Een schamel kantoortje aan een modderig parkeerterrein. Maar na wat papierwerk, een pasfoto en 31 US dollars (1 USD vanwege het weekend, dat deden de kommiezen in Zundert vroeger toch ook) kregen we een stempel in de pas voor een verblijf van 30 dagen. Dat moet lukken, denken we. De wegen zijn goed, en we weten waar we zijn, want we kunnen de aanwijzigingen langs de weg lezen. Wat een gemak.

Bij de afslag naar Luang Namtha ontmoetten we Bruce Boker. Een alleen fietsende pensionado uit Tasmani"e, Australie. Hij was van Chang Mai, Thailand, op weg naar Yunnan en wilde naar het gebied waarvan wij wisten dat er niet te fietsen valt. Hij heeft ter plaatse zijn reisplan bijgesteld. In ruil voor onze landkaarten van Yunnan (hij had slechts een fotokopietje bij zich!) trakteerde hij ons op koffie in een stalletje langs de weg. Wat een genot, koffie zomaar midden op de dag. Dat was lang geleden.

Nu, in Luang Namtha, hebben we ontbeten met een baguette en een grote mok koffie. De verschillen met China zijn duidelijk, dit land is meer op ons westerse mensen ingesteld. Dat is voor ons aangenaam. Vanmiddag zomaar een sandwich gegeten, met koffie weer natuurlijk.

Luang Namtha stelt niet veel voor, maar het gaat toeristisch wat worden. Er zijn veel guesthouses voor zo’n kleine plaats, trekking burootjes, internetcaf’e’s, restaurants. Je kunt er allerlei tochtjes en tochten maken. Wij hebben vandaag wat door de velden en door de dorpen van – wederom – verschillende minderheden gehobbeld. Je moet je voorstellen: dorpjes van een stuk of 10 – 20 huizen (hutten) met in het midden de dorpskraan (vaak met een bordje erop: Het embleem van het rode kruis, of bv. Gift from the perople of Canda), waar men zich staat te wassen e.d. (mannen en vrouwen wassen zich, de eersten in de onderbroek, de vrouwen gehuld in een sarong die ze onder de oksles hebben geknooopt). Een kilometer keien- en zandpad verder een ander dorp, met een andere klederdracht, een andere taal e.d. Toch vreemd, zo dicht op elkaar en zo verschillend.

We wilden morgen een boottocht onder begeleiding maken, maar: "de bootman is te ver weg, kunnen geen contact maken, geen tocht morgen". Dus we vertrekken morgen weer verder naar het zuiden. Over een dag of vier denken we in Luang Prabang te zijn.

Cycling northern Laos

From Mohan (in China on the border) to Luang NamTha. 60 easy kms. Leaving Mohan you immediately pass through the departure office of the China customs. Some kms further ther is the Lao immigation office. The contrast is big: from the nice and clean town of MoHan you stop at a muddy field for a small office and a red and white iron bar across the road. The visa were given readily; a stamp in our passports for a 30 days stay in exchange for some paperwork. a pass photo and 36 USdollars. Normal fee is 35, but today was saturday, so 1 USD extra. Of course, sounds logic. The Lao people are known for their kindness, and indeed within 5 minutes we scored our first "Sabaidee!!"

Some 20 kms further there was the junction where we had to go left. How easy, there are road signs, and they are clear, so no doubt at all where we were. At the junction we met Bruce Bokor from Tasmania, Australia. He was biking on his own, had started in Chang Mai in Thailand and was now heading for Yunnan. We gave him two of our maps in exhange for a round a coffee. Indeed, we could buy coffee in a stall along the road. A real blessing after six and a half weeks with hardly any coffee.

Luang NamTha appaered to be a tourist town to be. Some bars, restaurants and internetcaf’e’s. We ended up in a nice and quiet guesthouse, Adounsiri guesthouse, where we booked 2 nights.

Cycling in Yunnan: Menghai – Jinghong – Lao border

While it’s virtually impossible to cycle highway 214 between Shihuiyao and Menghai, except maybe for very motivated mountainbikers, the road is perfect from Manhai and further east. It’s 56 kms to Jinghong. Jinghong is a pleasant tropical city, with lots of good accommodation and some nice bars and restaurants where you can meet other trtavellers. Jinghong lies on the Mekong, still called Lancang here, so this was our third meeting with the river that is the inspiration of our journey. From Jinghong our route went south along the river to a place called Galanba or/and Menghan, only 30kms. Shixyuanbanna,  as the southern part of Yunnan is called, is bi-langual, Chinese an the Dai-language. There we spent the afternoon in a big minority park. This means that a small region has been denominated as a park, dedicated to the minority people that inhabit this small plain. There are sevral villages, a large tourist market and a open air theatre, whete they perform traditional dances and give cultural presentations. Very nice and the best way to roam through the park is by bicycle. Too large too walk and no need to hire a tuk tuk. Mind that they charge 120 yuan pp at the entrance, a real shake out price.

After Galanba we left the riverside again to head eastward towards Menglun. We spent the whole next day in the Tropical Botanical garden, situated on a peninsula in a tributary of the mekong. To be reached via a small suspension bridge, also on bicycle.

The next stage went south to Mengyuan, through a national nature reserve, consisting of tropical rainforest. Cycling through the jungle, rather hilly by the way. Mengyuan is not worth mentioning and the local guesthouse was not much more than a dustbin with some beds inside. You can’t understand why so many Chinese people prefer to live in such a mess. Playing cards or wajong, sleeping or watching silly soap series on the telly all day long and too lazy to tidy just the minimum.

During the next stage to Mengla we met a large group of mountainbikers. It was a group doing a tour organised by the Thai Tourist Authority in Bangkok. We were very much surprised, the first bikers for weeks. We stopped at the followers’ caravan, where we met Karuna, the organiser from the tourist organisation. We had a nice conversation and she was so kind as to invite us to join the group in the lunch, that was being served on the spot along the road. Once again a very agreeable encounter. That’s what makes travelling by bike so nice: you meet all kinds of people, most of them very nice ones too, and you never know what surprise will come next.

Mengla is a big town, where we already changed som yuan into Lao kip. The procedure was as follows: we wnet into a bank and made it clear that we wnated to change money. We were sent to another bank. In this bank an emplyee escorted us to a third bank. There we were sent to the VIP-section, where still no-one could speak English. In the end the employee calls someone on her cellphone and then slides the device under the window to me. I pick it up and after some time I understand from an English speaking voice that we should go to the busstation. ???? Done that, and already in the street there was a man on a bike-cart who directed us to the busstation. There, hidden between the parked busses, it appeared that he was a money changer, not very legal we suppose, and he had been called by the bank. So we had our kip in the end and the conclusion must be that, one way or the other, they do their best to be of service.

The next stage was to Mo Han. This appeared to be a very new and clean border town, with many hotels and some beautiful streets. The end of the little town was the border.

Mengla

Na het mooie Jinghong achter ons gelaten te hebben zijn we intussen in Mengla aangeland. We hebben dat gedaan via mooie dag-etappes, die niet te lang waren, zo tussen de 40 en een goede 50 km. De eerste dag reden we naar Galanba, in een vlakte en waar een mooi park is met als thema: de minderheden, waar deze streek zo vol van is. Er zijn enkele tientallen officieel door de staat erkende volkeren, de kleinste tellen 18000 mensen, de grootste zijn de Dai, dat zijn er meer dan een miljoen. En de mensen in Laos en Thai(Dai)land behoren tot dezelfde groep. Klein of groot, ze hebben allemaal hun eigen taal, klederdracht en gebruiken. Ze vragen voor dergelijke parken wel een gruwelijk hoge entreeprijs: nv. 120 yuan (12 euro). Als je dat vergelijkt met de prijs die we meestal voor een hotel betalen – soms de helft van dat bedrag voor een 2-perskamer – dan is dat erg veel. Ook constateren we dat ze het minderhedengebeuren wel erg commercieel uitnutten en dat ze zichzelf een enkele keer wel erg primitief neerzetten.

De dag erna zijn we naar Menglun gefietst. Daar zijn we een dag gebleven en die hele dag doorgebracht in de tropische botanische tuin. Erg groot en prachtig aangelegd. Zo’n tuin heeft op mij (eveline) hetzelfde effect als een museum. Alles is mooi geordend. Het is er rustig en is bedoeld om de schoonheid van het gheel te ervaren. Dat je er ook nog leert is meegenomen.

Daarna verder naam Mengyuan, waar we overnacht hebben in een guesthouse waar overal het stof een centimeter dik oplag, de vloeren weleens gemopt werden, maar nooit in de hoeken, de douche-kop ontbrak, de galerij als vuilnisopslag werd gebruikt, maar de rest wel enigszins in orde was, incl. een werkende airco. En dat voor de prijs van ruim 4 euro. Mijn gebaren over mijn ongenoegen over het gebrek aan zuiverheid werd met een glimlachend schouderophalen ge"incasseerd. Volgens ons te lui om een poot meer dan strikt noodzakelijk uit te steken. Veel buitenlanders die je tegenkomt kunnen dit gedrag vam veel Chinezen niet begrijpen. Ze leven in de rotzooi en ze zitten de hele dag te kaarten, te wajongen, tv te kijken (zou ik een nationale ziekte willen noemen) of te slapen. Pak eens een bezem en ruim eens wat op! Moet gezegd dat er ook veel Chinezen zijn die dat doen, maar soms is het echt ongelooflijk.

Vandaag dus naar Mengla. Weer langs een mooie, wel bergachtige route met behoorlijke klimmen. We rijden nu al 2 dagen door een nationaal natuurreservaat, een groot gebied met nog ongerept tropisch regenwoud. Het sjilpt, fluit, sist en doet steeds van allles om ons heen. De bomen reiken tot in de hemel, zijn voorzien van meterslange ranken/lianen, en daar fiets je dan tussen.

Vanmiddag kwamen we zomaar een grote groep mountainbikers tegen. Het bleek een door de Thaise toerisme autoriteit georganiseerde tocht te zijn met als titel: de Mekong op o.i.d. Dat sluit prima aan bij onze tocht, en toen we bij de volgerskaravaan stopten hebben we natuurlijk uitgebreid uitgewisseld waar we mee bezig waren. Veel foto’s en duimen omhoog. We hebben meteen genoten van een prima lunch die ter plekke werd geserveerd.

Over 2 dagen willen we Laos binnen gaan. Het visum is te verkrijgen aan de grens, hopelijk voor minstens een maand. We willen dan in Luang NamTha bekijken wat er voor ons voor interessante zaken zijn te beleven daar. Ter voorbereiding wilden we al wat Laotiaans geld, KIP, hebben. In 2 banken werden we ergens anders heen verwezen. We weten dan nooit waarheen precies en waarom e.d. In de laatste werden we naar de VIP afdeling gestuurd, alwaar we na weer Chinees gehannes een mobieltje onder het loket toegeschoven kregen. Daaruit kwam een Engelstalige stem die me – na mijn herhaalde vraag om kip – vertelde dat we naar het busstation moesten gaan. Ok dan. Toen we daarnaartoe op zoek waren kwam er een man op een fietsdriewielkarretje naast ons rijden die ons de weg naar het busstation wees. Hoe wist die man dat wij daarheen wilden? Op het terrein van het busstation kwam de aap uit de mouw, hij was de – illegale – geldwisselaar en hij was door de bank gebeld. Tja, this is China. We hebben ca. 100 euro (een dikke 1.2 miljoen kippen)omgewisseld en hopen maar dat het geen fake biljetten zijn. Overigens hebben we ergens eens gelezen dat dit hier een goede manier is, maar ik houd er niet van. Daarna toch maar een paar biertjes gedronken, want daar is het warm genoeg voor.

De Tropen

Gisteren, 23 oktober, zijn we van Menghai naar Jinghong gefietst. Een gemakkelijk tochtje. We zitten nu echt in de Tropen. De stad heeft brede boulevards, die overschaduwd worden door grote palmbomen. Dat is echt exotisch. Verder is het een stad zoals we al eerder hebben ervaren: alles bestaat naast elkaar. Mooie boutiqueas en modieuze aanbiedingen, naast mensen die op hun hurken voor hun stalletjes maaltijden zitten te bereiden. Mensen met handkarren naast grote, dure auto’s. Flanerende Chinese toeristen naast mensen die in de goot hun tanden zitten te poetsen. Kortom een wereld van contrasten.

Zelf verblijven we momenteel in een prachtige hotelkamer, gelegen in een mooie tropische tuin, met een flatscreen en internet op de kamer, terwijl we vorige week in een vies hok lagen met de plee aan de overkant van de straat: een stinkgat in een betonnen vloer.

Boulevard in JinghongP1020297

Thee

Nadat we dinsdag waren bekomen van de spannende busrit hadden we bedacht de andere dag een theeplantage te bezoeken. Menghai, waar we toen waren, is het centrum van de Pu’er thee, de beroemdste thee die er is zeggen kenners. De twee receptionistes van ons hotel kregen ons niet uitgelegd hoe we er moesten komen en boden toen aan ons op de fiets te vergezellen. Het werd een leuke dag. We zagen hoe de thee op traditionele wijze wordt geplukt, geroosterd en in plakken wordt geperst om te worden vervoerd naar Tibet, India en verder. Er is zelfs een hele theeroute, zoals er ook een zijderoute is. De thee werd met paarden vervoerd via ‘ de tea and horsetrail’. Ineteressant. We hebben ook heel wat thee geproefd, maar ik ben blij dat we nu weer in een toeristischer oord zitten, waar ze echte cappuccino hebben. Kortom, ik ben niet omgegaan na al die proeverijen.

De rit met de twee dames en de boyfriend van een van hen was erg leuk.

Met de bus

Ongelooflijk wat een bustochten..Maandag 20 oktober en dinsdag 21 oktober brachten we een groot deel van de dag door in de bus. Maandag 9 uur en dinsdag 6 uur. In totaal legden we die dagen 390 km af en dat had alles met het wegdek te maken. De mooie 214, die we tot nu toe volgden en waar in de berm op iedere 2 meter ongeveer een prachtige bougainvillea is aangeplant, hield plotseling op te bestaan. Dat wil zeggen dat hij veranderde in een keienweg, hoog in de bergen. Na maandag dachten wij wel weer op de fiets verder te kunnen, maar de chauffeur raadde ons dat sterk af en gelukkig maar, want door de regen was de 214 in wording veranderd in een vette, modderbaan met diepe kuilen, waar onze buschauffeur ons kunstig doorheen stuurde. Ik hield echt af en toe mijn hart vast. Was bang dat we zouden kapseizen. En dat terwijl er op de kaart gewoon een weg staat aangegeven.

Pics

Meeting a Fin in DaliP1020270

Second meeting with the dammed MekongP1020271

Leaving the Mekong behind againP1020273

Our second hotel in LincangP1020275

This is also national highway 214P1020276

P1020277

P1020279