Tot nu toe was het weer, evenals de tijd, geen factor. We zijn nu noordelijker en plotseling regent het en is het zelfs koud. Dan blijkt, dat de lol van reizen op de fiets toch wel in belangrijke mate afhankelijk is van het weer. Fietsbroek en hemdje, zonnebrandcreme en klaar. ’s Avonds even uitspoelen en ’s morgens kan het schoon weer aan. Kou is niet zo erg, maar regen is dodelijk. Afgelopen zondag hebben we, na 50 km in de regen gefietst te hebben, besloten verder te gaan met de bus. Stoppen en in een hotel gaan zitten is geen optie, want er is dan echt niets te beleven. Het was een dodenrit. Op de fiets ergeren we ons aan het vele claxonneren van bussen en vrachtwagens, maar in de bus merk je ook nog dat ze onverantwoord hard rijden en passeren terwijl er tegenliggers aankomen, die dan maar de kant in moeten, of er komt een botsing. Dat maakten we ook mee. Onze bus reed, terwijl hij passeerde, zo bovenop een kleinere bus. Dat betekende wachten op een andere bus, met gelukkig een andere chauffeur dachten we. Die bus kwam vrij snel, maar de chauffeur reed zonodig nog gevaarlijker en we waren soms echt bang. Geen lekker relaxed bustochtje dus. Wel fijn aankomen in Ninh Bin in een mooie grote hotelkamer met balkon en uitzicht op een (mistig) meertje. Een eigenaar met wie we goed kunnen praten over de rest van onze reis. Morgen fietsen we verder (het weer is aan het opklaren en ik heb inmiddels een warme langebroek aangeschaft). We gaan nog weer een stukje het land in, een nationaal park, een gebied met veel minderheden, en nog weer bergen, en daarna richting Hanoi.
De meeste toeristen reizen per bus en doen dan de highlights aan uit de toetistengidsen (Lonely Planet, Rough Guide e.a.). Wij leggen kortere afstanden af en willen graag van het gebaande pad afwijken. Dat betekent dat we ook in gebieden komen waar het toerisme nog in de kinderschoenen staat.
Zo verbleven we in het Kyoto Resort, een mooi opgezet bungalowcomplex in de duinen. Kennelijk had men bedacht, dat gasten ‘onderhouden’ moeten worden, want we zaten nog niet in het restaurant of er kwam een (slecht) Engels sprekend meisje bij ons aan tafel zitten om ons te helpen met het menu. Ze schonk onze glazen vol, legde onze eetstokjes recht en brabbelde maar door in Engels dat nauwelijks te verstaan was. Ze bood aan met ons te gaan zwemmen, ons in ons bungalowtje te bezoeken en dat absoluut niet met bijbedoelingen. We moesten haar letterlijk schofferen om duidelijk te maken dat we op onszelf wilden zijn. Het eten was er ook nog eens veel te duur en niet lekker…
Men staat ook meteen klaar met een gids. Wij zijn gewend om overal zelf op af te gaan en als we vragen ons de weg te wijzen hebben we al een paar keer het aanbod gekregen, dat een gids met zijn brommertje met ons meerijdt. Dat betekent dat ze net niet goed aanvoelen wat onze behoeften zijn.
In niet-toeristische gebieden heeft men in de restaurants ook geen Engelse menu’s. Dan moeten we in onze gids aanwijzen wat we willen eten, of we worden naar de keuken gehaald om daar aan te wijzen wat we willen. Dat betekent, dat we soms een heerlijke verrassing op tafel krijgen, maar soms ook veel te veel en/of veel duurder dan we dachten.
Een van onze ‘uitstapjes’ was een tocht naar de Phong Nha Cave, gelegen in een heel mooi karstlandschap. We maakten daar een boottocht door sprookjesachtig verlichte grillige karstformaties. Natuurlijk beeldhouwwerk. Na de tocht maakten we nog een wandelingetje door het stadje toen we plotseling werden aangesproken door twee heren in een 4-wheel-drive. Ze hadden onze fietsen in het hotel zien staan en waren daar helemaal weg van. Ze bleken een project te doen om minderheden in de omgeving te ondersteunen hun bestaan (jagen en landbouw met slash and burn) om te zetten naar toerisme. Ze waren bezig een pilot op te zetten, waarbij een gezin de kans krijgt om hun traditionele woning geschikt te maken als ‘home-stay’ voor groepen, waarbij ze een aanbod doen van fietstochten, kajakken en wandelen in de prachtig rustige omgeving van het karstgebergte. Of we mee wilden komen om het te bekijken. We bezochten met hen het mooie slaapvertrek, de douches en toiletten, qua architectuur prima passend bij de traditionele houten huizen. Ze bezorgden ons een paar leuke uurtjes met een mooie autotocht in ruil voor informatie over en een gratis tochtje op onze fietsen en adviezen over de wijze waarop ze hun aanbod op de westerse markt zouden kunnen brengen. We hebben ze ook uitgebreid kunnen adviseren over en het hoe en wat van mountainbikes, die ze willen aanschaffen voor het project.
Toen we de fietsen van de bus haalden viel mijn oog op mijn achterband. Een scheur in de buitenband, de binnenband puilde er uit. Ik heb nu deze band dus vervangen door de reserveband, die ik in het zuiden van meneer de Vries heb overgenomen. Deze reserveband was eigenlijk bedoeld voor de voorband, waarbij in het rubber aan de zijkant een scheur zit van bijna 10 cm. Maar deze ziet er stabiel uit. We rijden dus nog en houden de duimen gekruist.
De banden van Eveline’s fiets zien er nog uit als nieuw.
Because it rained all day and the prospects were bad, we got on a bus in Vinh. After some 10 or 15 kilomters our driver hesitated while passing another truck, braked, continued and braked again. Then "Bang" we collided with an oncoming truck. Not very hard, nobody got injured, but bus and truck could not move abny more. Nobody got angry are exited, we just waited for half an hour and got on the next bus. This time our driver was fully insane. He stepped on the accelarator and the horn at the same time and with similar enthousiasm and made the most akward passing manouevres all the time. We were in the back on somewhat higher seats and we could see it happen every time. Unbelievable, incomprehensable why people should drive like this. There is no patience, no waiting, the horn and go, press on, bully the other road users. After two hours they changed drivers and the second one seemed to have a bit more senses. Happy to get off in Ninh Binh in the end.
After the Japanese were defeated in 1945 the French tried to re-establish their colonial power in Indochina. In all their colonies there were rebellious movements against the French. They were finally defeated and ousted from Indochina in the battle of Dien Bien Phou in 1954. After this defeat a Geneva conference was held and Vietnam was divided (along the 17th parallel) in a communist northern state and a non-communist southern state. Along both sides of the Hai river on the 17th parallel a Demilitarized Zone was established. The north never agreed on the division of the country, the Americans (and some other countries) assisted the south and thus the next war started, the one we remember as the Vietnam war. Here it is called the American war. It ended by the defeat of the south and their American allies and the unification of the country under communist regime.
Travelling north from Dong Ha we passed the 17 th parallel and the DMZ. In Dong Ha we made an excursion to Khe San, one of the sites of a former American base and a battlefield, where many thousands died. A small museum remains, where we got a good explanation of what had happened there by a guide, who in the mean time expressed his happiness with the election of Obama. We also saw Rockpile and Doc Mieu, hills that had served as observation points and fire bases for the Americans and the southern troops. Many monuments remain, as do war cemetries.
Highway 1 passes over Doc Mieu, where there is a big re-unification monument. On the north side of the bridge across the Hai river there are monuments, a museum and the meeting room of the committee that had to survey the treaty after 1955 (not to much avail, I would say). In the museum, just like in the Hue museum, the southern government and troops are always referred to as "puppet" government and -soldiers. And there are only victories of the north mentioned. Even the 1968 TET-offensive in Hue is referred to as a victory, though the northern troops only held the citadel for 29 days at the cost of over 4000 of them killed, the city in ruins and in the mean time they had managed to kill over 3000 civilians, who were suspected of co-operation with the south. It’s clear that history depends a lot on who writes it.
Most of the cities and some villages (Vinh Moc) have been totally wiped off the map by American bombs, so – like so many other towns in this country – these places lack any historical places and have no atmosphere at all.
While travelling through these countries we like to get more informed. One of the means how we do this to read what we can find on the country and its history. We reread Graham Green’s novel "The quiet American" (1955), a novel that desribes how Americans involvement could have started, in those days already. We also read a novel "The sorrow of war", written by a veteran of the North Vietnamese Army, who has been in the war for 11 years. The book is a best seller in the country and it gives a good feeling as to what happened on their side and what a war does to people in general, regardsless on what side they’re on.
560 kms, mostly on Highway QL 1A. From Hoi An till Ha Tinh the road is reaonably calm (for Vietnamese standards), after that it’s a crazy frenzy again. I’m now fully convinced that most Vietnamese drivers, especially bus drivers, are complete lunatics. (We were in an accident ourselves, see following message).
– Hoi An – Danang, 34 kms, via China beach.
– Lang Co beach, 41 kms. Passed a beautiful pass, alt. 490, beautiful views on the sea, but foggy, moist and cold. A bit tough climb. Some hotels and resorts in Lang Co, a bit delapidated and a bit expensive. Nothing going on, no nice weather, lousy placees and lousy staff, no place to stay.
– Hue, 65 kms. Rain all day. Nice hotel with very nice staff, Bing Dong III (and I) in a narrow but very nice alley.
– Dong Ha, 70 kms.
– Cua Tung beach, 34 kms. The only reason to stop here was a visit to the Vinh Moc tunnels, not far from here. A number of hotels, we found a friendly one at the beach, simple, not all too clean, but very nice people and good food. Nothing going on again here. Passed the DMZ and the 17th parallel on the way, many remnants of the wars, momuments, musea, cemetries.
– Dong Hoi, 80 kms.
– Phong Nha cave, 46 kms. Left QL 1A to go landinward for some 30 kms. A number of guesthouses, a visitor centre and a boat ride to the caves. Nice.
– Kyoto resort, somewhere along the coast between Deo (pass) Ngang and Deo Con, 60 kms. Bungalow at the beach, dead quiet, no sun, no beach weather. Sleeping receptionist, bad restaurant.
– Ha tinh, 77 kms. Started in the rain. Good hotel, Binh Minh hotel, good room, free internet, big place, nothing interesting to see.
– Vinh, 50 kms. Pouring rain all morning. At noon, on arrival in Vinh, took a bus immediately for Ninh Binh. The weatherforecasts were bad, we just didn’t want to make all those kilometers in the rain for the next few days.
Hoi An is a nice historic little town. Very touristic, but there is a very agreeable atmosphere. And it’s un-Vietnamese calm and quiet. I must confess that after my complaint about the noise and the traffic in an earlier message it has been a lot better. I suppose this is not a consequence of my writing, but of the local circumstances. We stayed in Hoi An for 4 days, did a lot of shopping, stayed a day on the beach and enjoyed the local caf’es and restaurants. We also made a guided excursion to My Son. This is a site whith the remnants of many temples from the Cham culture, that was the leading culture here from the 2nd till more or less the 14th century. Later the Khmer culture become dominant and in Angkor Wat we saw many bas reliefs telling the stories of the wars between the Khmer and the Cham. There are still Cham living in Vietnam and Cambodia, mainly muslims now. As we got very interested in these old regional cultures we developed a liking to their artefacts. So we bought a sculpture. Not antique, but made following the original Cham art principles. It’s being shipped to Rotterdam now in a crate that also contains a lacquer painting and some sets of silk clothes that Eveline had made for herself.
After Hoi An we went north to Danang, passing China beach (famous rest and recreation place for GI’s during the American war). In Danang is the Cham museum, that we payed a visit of course. From there we continued to reach Hue in 2 days. There we found a very nice little hotel, where we had a room on the roof, with windows on 3 sides and our own balcony, overlooking the town (15 USD). We spent 3 days there and visited the citadel, from which not much is left after the 1968 TET-offensive, the emperial mausoleums and some musea. Nice town, but it lacked the atmosphere of Hoi An. Then we continued north and 2 days later we were at Cua Tung beach. There we stayed in a simple hotel at the beach with kind owners with whom it was difficult to communicate. But the stay was nice and the seafood was excellent. During the 2nd day of our stay we visited the tunnels of the fishing village Vinh Moc. During the American war this village was so heavily bombed during many years, that the inhabitants created a large network of tunnels in the latterite soil, in which they could take shelter and where they could lead a life as normal as possible in such circumstances. We were guided under the ground by a very little man, who as a child had helped building the tunnels and had actually lived there. Pity that he couldn’t speak, we had learned a lot more if he had.
Today we reached Dong Hoi, a bigger coastal town. Tomorrow we’ll go inland to visit the caves of Phong Nha, recognised by UNESCO as a world heritage site.
Na Hue, waar we een paar leuke dagen hadden, hebben we een gebied doorgefietst, waar heel veel gestreden is tussen het Noord-Vietnamese leger en de Vietcong enerzijds en het Zuid-Vietnamese leger en de USA anderzijds. De herinnering daaraan wordt levend gehouden door musea, oorlogsmonumenten, heel veel begraafplaatsen, tunnels die mensen hadden gegraven om beschermd tegen de bommen te kunnen leven en die we bezocht hebben, indringende fotoboeken en romans die we lezen en over deze oorlog gaan. Er zijn heel veel doden gevallen, aan beide kanten en de schade door ontbladeringsmiddelen en de verminkingen door achtergebleven explosieven zijn nog zichtbaar. Opvallend is, dat de mensen hier heel goed beseffen dat een oorlog eigenlijk alleen verliezers oplevert en dat oorlog waanzinnig is. Er is geen wrok of haat tegen de Amerikanen. Veteranen bezoeken schoorvoetend het land, maar worden vriendelijk tegemoet getreden. Ook negatieve gevoelens van Zuid-Vietnamezen ten opzichte van de noorderlingen of omgekeerd horen we niet, ook al vragen we ernaar. Misschien zijn die gevoelens er wel, maar ze zijn niet zichtbaar. Dat is Zuid-Oost-Azie.
Eveline
Over 3 weken zijn we weer thuis. Ik besef nu eigenlijk pas dat de factor tijd al die maanden geen rol speelde. Als we het ergens leuk vonden, bleven we en als het niet leuk was fietsten we door, zonder af te wegen of dit wel in ons tijdschema paste. Dat geeft een heerlijk gevoel van vrijheid. Een 1/2 jaar reizen lijkt eindeloos, maar is dat niet natuurlijk. We wilden ons ticket omboeken van Saigon naar Hanoi en dan blijkt ineens die vertrekdatum dichtbij te komen. Het geeft een dubbel gevoel. We verlangen er allebei naar vrienden en familie weer te zien. Ons huis is een paleisje en zal heerlijk comfortabel zijn na ons hotelleven, dat soms luxueus, maar meestal basaal en soms ronduit primitief is. Er wachten thuis ook weer allerlei leuke activiteiten. Maar we zullen het erg missen:’s morgens opstaan en buiten ontbijten, in een hemdje op de fiets, ook al is het wat heiig, want dat voelt lekker fris, fietsen langs de rijstvelden, met de bergen op de achtergrond, of langs het strand, langs mooie rivieren, en alsmaar vriendelijke mensen en hello-roepende kinderen. Steeds weer een andere verrassende bestemming. Nog maar drie weken dus.
Eveline
We hebben gedurende deze reis al meer dingen opgestuurd. Het betrof dan pakketjes die via het postkantoor werden opgestuurd. We kozen daaarbij steeds voor "surface", d.w.z. dat het stuk over land en zee zal gaan, niet per luchtpost. Luchtpost is te duur, "surface" is het goedkoopste tarief. Het ging dan steeds bedragen van ca. Euro 10,– per pakketje, grootte schoenendoos. Alleen in Vientiane vroegen ze zomaar drie keer zo veel. Op zo’n moment heb je geen keus, dus dat doe je dan maar. Het alternatief is dat je het spul een paar maanden lang achter op de fiets over berg en dal mag meeslepen.
De verzending vanuit Hoi An gaat ook over zee, en via een scheepsverlader, in dit geval Thami Shipping & Airfreight Corp. De galeriehouder regelt dit en het is routine. De zending gaat naar Rotterdam. Zendingen naar Rotterdam vanuit Hoi An (Danang?) zijn verassend goedkoop, beduidend goedkoper dan naar andere Europese havens. Het kost USD 65,– per kubieke meter, het gewicht is niet van belang. Dat is maar goed ook, ik kan de kist met de lingayoni niet van de grond krijgen. Omdat we minder dan een kuub hebben betalen we dus USD 65,–. Daarbij komt nog verzekering, douane en nog wat, samen iets over USD 100,–. Het maken van de kist is inbegrepen in het basistarief en men komt dat ter plaatse doen.
We zullen over ca. 35 dagen door de Nederlandse verlader die de goederen ontvangt, benaderd worden om het spul te komen ophalen. De galeriehouder houdt ons op de hoogte van de status van de verzending, we hebben al een kopie van de booking note via de e-mail binnen.