Cycling northern Laos: Luang Prabang – Phonsavan

260 kms, very scenic, very mountainous, 4 days.
After 5 relaxing days in LP we got on our machines again. Our plan was to go south, with a second stop in Phu Khun. There we had a choice about which we were very much in doubt: either continue southward or turn left and head east towards Phonsavan and the Plain of the Jars and the region of the secret war. We would like to go there, but until now we hadn’t been able to find out if there was accommodation on the last stretch of 130 kms, being too far for one day, especially on a mountain road. In the guest house after the first day we met a vet (he had done his PHD in a 15 year study in Kazachstan). He assured us that there was a guest house between Phu Khun and Phonsavan and this was just the information that we needed. Even more, he informed us on the condition of the road and told us that it would be easier than from LP to Phu Khun. So we decided to do it.
Day 1: Luang Prabang (309 alt) to Kioukacham (1400 alt). 78 kms, two mountains, total vertical mtrs 1872. Heavy, but beautiful. Good and very quiet road. The guest house (same as jan 2006) is just after the top of the last mountain. Very basic, clean enough, a shared toilet and a pan of water to wash, good food, baguette in the morning. In the evening we got a charcoal stove at our table, as temperatures dropped to 12 C or so.
Day 2: to Phu Khun (1350 alt). 50 kms, 936 vertical meters. Same road, similar beautiful environment. Together with a German boy, who took a bus to Phonsavan the same afternoon, soon after our arrival. Saipavong guesthouse (same again, new and younger management) is similar to the former one, maybe a little bit cleaner. It had done some improvements the last few years, that was obvious. Not strange, since about noon every day the tourist buses on their way between Vientiane or Vang Vieng and Luang Prabang (or v.v.) make a stop at this junction and the house gets a lot of clients.
Day 3: to Nong Tang (alt. 1130). 87 kms, 1374 vertical meters. A heavier stage than we  had expected after the information we had received. Very scenic, quiet and good road. In the beginning rather cold and in the mist. Nong Tang Guesthouse is situated at the side of a small lake on the right side of the road, right after a sharp left turn. You can’t miss it. If nobody’s there (we suppose this is mostly the case), inquire in the restaurant 50 meters further. Both the restaurant and the guesthouse are very basic. There is no electricity. The restaurant has a generator.
Day 4: to Phonsavan (alt. 1130). 50 kms, 304 vertical meters). Beautiful, flatter because on the plain. Different landscape and vegetation, even pine trees. Wide open views. Lots of space. Infertile soil, nothing agricultural seems to grow there. Phonsavan is a town stretched out over a large surface. We stayed in KongKeo guesthouse. Nice and cosy bungalows, amicable atmosphere, nice staff of which some speak good English. The owner is an ex foster child and has even studied in Europe. A man of strong opinions. F.i. on the NGOs that he has experience with. To summarize: nothing positive to be said about them, and this is put mildly.
The region around Phonsavan is full or war scrap: old bombs, granades and military material are everywhere. People use it to decorate offices, houses, gardens, restaurants etc. with. Every year between 30 and 60 people get killed by UXO (unexploded ordnance). These are the leftovers of the secret war that raged in Laos between 1964 and 1973 and the USA-bombing of North Vietnam until 1975. In this part of Lao it was royalists against communists. The Americans supported the first – of course – and had a secret airbase south of the town. They only left in 1975, after being driven out of Vietnam. The airbase was also meant of course to be the base of the operations against the Ho Chi Min trail, that crossed Laos in the south. Over 2 million tons of ammunition (most of which cluster bombs) has been dropped on Laos, of which one third did not explode on impact. Good quality! A British lead organisation (MAG) is still busy clearing the Lao soil. Victims every year still, much land can still not be used. In the prehistoric sites of the plain of the jars you can only walk between marked stones, going beyond them is dangerous. Bomb craters everywhere.

De seizoenen en het landschap

Hoewel we niet hadden gerekend op regentijd, want we hadden onze planning zo gemaakt, dat we in elk land na de regentijd zouden aankomen, is dat niet gelukt. Waarschijnlijk door de opwarming van de aarde heeft de regentijd zeker een maand langer geduurd dan normaal. Zowel in China als in Laos hadden we vaak warm en vochtig weer met veel bewolking en iedere dag wel een bui. In Luang Prabang kwamen we nog aan met onze fietstassen onder hun regenbeschermhoes. Toen we daar de eerste ochtend wakker werden was het in plaats van vochtig warm koud en moesten we een trui aan. Zodra de zon doorkomt is het wel heel warm, maar de lucht is veel droger. We hebben sinds 7 november geen druppel regen meer gehad, maar in de bergen wel ’s morgens en ’s avonds heel koud. Een heel fijn seizoen vinden wij, omdat de zon zo heerlijk kan koesteren na de ochtendkou. We starten met al onze kleren aan en het is lekker laagje na laagje uit te doen. In een van de heel simpele guesthouses in de bergen kregen we ’s avonds een stoofje met gloeiende houtskool, waar we lekker bij konden zitten en dat is ook weer heel genoeglijk. Het is bijzonder die seizoenswisseling zo abrupt van de ene dag op de andere mee te maken.

Een andere bijzondere wisseling was die van het landschap. Vanaf Luang Prabang hebben we weer 4 dagen zware bergtochten gefietst met aanvankelijk tropisch regenwoud, prachtige vergezichten en veel gezwoeg. We hebben besloten een bezoek te brengen aan de vlakte van de kruiken. Dat leek aanvankelijk niet haalbaar, omdat er geen overnachtingsmogelijkheden onderweg zouden zijn en de afstand in 1 keer voor ons te ver. Na veel gevraag bleek er wel een, zij het zeer basale, mogelijkheid te zijn, dus besloten we te gaan en op de terugweg de bus te nemen. Op de laatste fietsdag naar Phonsavan, de plaats van waaruit de kruikenvlakte bezocht kan worden, zagen we het landschap veranderen. De bergen werden minder hoog, de begroeiing werd van tropisch woud meer grasland met naald- en eucalyptusbomen. Meer mediterraan vonden wij.Wij verwonderen ons erover, dat je deze overgang in een dag op de fiets zo kunt ervaren.

De inhoud van onze fietstassen

Een van onze lezers is benieuwd wat wij zoal meenemen, omdat twee tassen achterop en een stuurtasje niet echt veel is voor een half jaar reizen. Inhoud tassen Eveline:

3 onderbroeken, 1 bh, 3 hemdjes, 2 t-shirts met korte mouw, 2 t-shirts met lange mouw, een dun (sport) vestje, een dikker lichtgewicht vest, 1 warme lange broek, een jack, 1 jurkje, 1 lange rok, 1 paar sportschoenen en sokken, sandalen. Toiletspullen, inclusief contactlezen en vloestof, ehbo-sert (inclusief malariapillen voor 6 maanden), een 2 pers. zijden lakenzak, een klein lichtgewicht handdoekje, 6 romans (waarvan de 2 dikste na lezing intussen terug zijn naar Nederland), routeboekjes en reisboeken van Yunnan in China (ook teruggestuurd) Cambodja, Laos en Vietnam. In de stuurtas: Een opschrijfboekje, een geldtasje, zonnebril, hoofddoekje (buf) zonnebrandmiddel, snoepjes voor onderweg, klein toilettasje met lenzendoosje, spiegeltje enz.

We spoelen onze fietsspullen bijna dagelijks uit, wassen ze met waspoeder (beetje meegenomen, je kunt overal kleine verpakkingkjes kopen) als we ergens een dag blijven, of we laten een was doen doen (ca. 80 cent per kilo in Laos) en we starten daardoor de dag altijd met frisse kleren.

De tassen van Frans: 3 onderbroeken, 1 fiestonderbroek, 1 fietsbroek, 1 lange afritsbroek, 1 korte (knie)broek, 1 sport/zwembroek, 2 hemden(=mouwloze t-shirts), 2 t-shirts, 1 polo, 1 sportief overhemd, een dunne nette trui, 1 dun fleece vest, een jack (ademend, maar absoluut water- en winddicht), Teva sandalen, bike schoenen (fijn voor mijn artrose tenen, want stijve zool. Alleen te dragen bij koude omstandigheden en die maken we denk ik niet meer mee), 1 paar dunne sokken, 1 paar voetsokjes. Zoals gemeld wassen we vaak het gedragene zelf, een enkele keer volsta ik met het mee te nemen onde de douche. Dit doen we niet als we hoog in de bergen zijn, want dan is het ’s morgens niet droog. Een enkele keer stappen we op de fiets in nog vochtige spullen, soms in de ongewassen spullen van de vorige dag. Maar wat geeft het, in de bergen is het na een paar trappen weer hetzelfde 🙂 . Sommige kledingstukken heb ik tot nu slechts 1 keer gedragen. Dus toch nog overbodig gezeul. Verder toiletartikelen: muskietennet, scheerpullen (nat), tandenborstel, shampoo (gebruik ik veel), sneldrogend handdoekje e.d. Reservebril, 2 Petzl hoofdlampjes. Ook veel electronica: 3 batterij opladers, voor de gps, de fotocamera en de gsm (die ik zo’n 2 x per dag aanzet om te checken of er iets is. Vind bijna altijd een netwerk). Een wereldstekker. De wereldontvanger hebben we terug naar NL gestuurd, want in China was er geen ontvangst. Een card reader om de foto’s op de pc te kunnen zien en te kunnen uploaden, een kabel om de gps aan de pc te hangen.

Voor de fiets: een combinatie tool, met imbussleutels, schroevendraaiertjes en een kettingpons, voor de ketting zg. powerlinks. De afbreekpennetjes heb ik bij het onderhoud in LPrabang gebruikt. Ketting olie, een lap (ik koop af en toe een handdoekje waar ik een tijdje mee doe), 1 binnenband, plakspullen, 1 fietspompje, wat imbusboutjes, 4 remblokjes. Verder ook een Leatherman tool, met o.a. een combinatietangetje. Duck tape, kabelbinders (tie wraps), stukje touw, spanriemen. Elke fiets heeft 1 bidon. Er is een "bidon" waarin wat gereedschap zit. Eveline’s fiets heeft een fietscomputertje (de reserve, want tijdens een busvervoer is de sensor van haar mooie nieuwe verloren gegaan. Frans heeft de gps (leuk om bv. de hoogteprofielen te zien. Die worden, met de tracks, tzt gepubliceerd in de berichten met als titel: "Cycling in …." Dit om mensen die info zoeken op het net te helpen.)
In Lijiang hebben we een goedkoop rugzakje gekocht, om in de stad mee rond te lopen. Dat heb ik achterop. Daar zit bv. het vest in, of wat fruit en extra water. De tas achterop Eveline’s fiets komt uit Dali, en heeft ongeveer dezelfde inhoud. Als we bv de lunch vervoeren zit die ook in deze tas.

In het stuurtasje zit de camera, (zonne)brillenkoker, een zakmes, mijn reisdocumenten, en verspreid over Eveline’s en mijn tas de geldvoorraad (Euro’s, dollars, traveler cheques), de dagportemonnaie, credit ards, pinpassen, mijn Moleskin opschrijfboekje, balpennen. Verder landkaarten, soms de Lonely Planet en/of andere routebeschrivingen.

Waarschijnlijk nog meer, maar veel zal dat niet zijn. Het lijkt heel wat overigens.

De fietsen hebben geen verende voorvorken. Af en toe zou dat wel fijn zijn, maar dat speelt niet echt. We willen geen te zware fietsen. We hebben wel zachte handvatten, wat bredere banden en de Thudbuster zadelvering van Cane Creek. We hebben de vering tussen onszelf en de fiets, ahw.

Vaarwel Luang Prabang

5 dagen Luang Prabang. Hoewel veel toeristischer dan 3 jaar geleden hebben we een paar heerlijk relaxte dagen gehad hier. We hebben een boottochtje naar een Buddha-grot gemaakt (een grot met heel veel Buddhabeelden), een fietstochtje naar de watervallen, de berg Phusi met tempel en mooi uitzicht bezocht, gewinkeld, Engelse les gegeven op een priveschool voor jongeren en Frans heeft de barbier bezocht. Romantisch gegeten onder de sterrenhemel en de palmbomen langs de Mekong, of wat luxer in de stad. Eigenlijk nog te weinig tijd om te lezen in de tuin van ons guesthouse. Kortom, we zijn gewoon toerist geweest met wel enige melancholische gevoelens over het Luang Prabang van voorheen, waar de nachtmarkt echt een markt was van de minderheden met hun kleurige kleding en de restaurantjes in de binnenstad nog veel goedkoper waren. Maar voor de economie van het land is dit natuurlijk wel een goede ontwikkeling. Hopelijk slagen ze erin niet alle authenticiteit verloren te laten gaan. Van Hanoi, waar we 6 jaar geleden zo gecharmeerd van waren, hoorden we dat het er niet meer leuk is, omdat de bewoners heel agressief en veeleisend zijn ten opzichte van de toeristen. Voor mensen die overwegen naar Laos te gaan: wacht niet te lang, want in drie jaar tijd is er enorm veel veranderd.

Na deze relaxperiode hadden we allebei weer zin om te fietsen.

Pics again

A quiet part of main street in Luang Prabang
P1020393

By boat to Pak Ou cave with the thousand buddhasP1020410

Visit to Kuang Xi waterfalls 30 kms south of L. Prabang
P1020383

Uploading pictures is too slow. Maybe more later.

Pics

Botanical garden JinghongP1020299_4

Traditional dance in the theatre of Galanba Minority parkP1020308

The followers of Thai MTB-group touring up the Mekong to Jinghong with their leader Ms. Karuna in the frontP1020324

You can’t be sure enough on such busy highways (in the very south of China)P1020335

Meeting in the north of Laos with Bruce Bokor from Tasmania P1020338

A chinese restaurant in Na Mo, northern LaoP1020343s

Eveline under the mosquitonet in the guesthouse in Na MoP1020345

Dry seasonP1020360

From left to right: Eveline, David, my bicycle, Unai and MantouP1020362

The guesthouse in Pak Mong, the bicycles were parked on the balconyP1020367

Reunion with the Mekong river just north of Luang PrabangP1020369

One of the many wats in Luang PrabangP1020373

Cycling northern Laos, OudomXai – Luang Prabang

In oudom Xai we met 3 other bikers: David (42) from Britain and a biker with as very long experience. Mantou, 27, from the Bask country, who came with him and only had bought his bike a couple of days ago in Chang Rai (Thailand) and Unai, 36, also Bask, who had bought his bike app. a month before in Bangkok. We all stayed in the same gusthouse and spent the next days more or less together. Unai cycled with us all the time, the other two were faster and waited for us at the end, making sure we had a room and cold beer immediately at hand.

We did two stages. The first was 82 kms to Pak Mong and took us over 2 mountainpasses, altogether 1220 vertical meters. It took us the whole day, we came in just after dark, but it was a wonderful tour. Mountains, views, nature and people. We stayed in the same geusthouse at the junction as we did the last time. Good bed, a pan of water as a shower, good beers and food and of course good company and similar conversations. The next day to Luang Prabang was supposed to be flat. It appeared to be 113 kms, with lot ups and down in it; 695 vertical meters.

Luang Prabang is still a nice French town, but it seems to be a lot busier than nearly 3 years ago. Very many western tourists walking (and cycling on rented bikes) around. We regret 🙂 to have lost our special status: until now, wherever we came, we were special: foreigners, westerners and on bikes as well. In China it occured more than once that people stopped us and requested to allow them to make a picture of us. Now we are just some of many of the same kind.

We stay at Koun Savan guesthouse, a good room in a quiet street with a garden in front. Yesterday our small group held a bike-maintainance workshop on the premises, conducted by David. We took off the chains and cleaned them with petrol, quite an operation. (Still smelly hands). Now the machines are shining again and waiting for new adventures. So: to be continued.

It seems that we are not allowed to load up pictures here, " Ridiculous" (this is a quote). We’ll try somewhere else later.

Weerzien Luang Prabang

Bijna drie jaar geleden waren we hier ook. We wilden hier heel graag terug naar toe. Het was voor mij toen een plaats waar ik wel zou kunnen wonen. Rustig stadje, aan de Mekong, waar je onder de palmbomen op een terrasje kunt zitten. Al voldoende toerisme, zodat het voorzieningen heeft die wij westerlingen basaal vinden. Franse atmosfeer, doordat het een Franse kolonie was. Dat rustige is wel wat verloren gegaan. Er zijn veel meer toeristen. Het is drukker met verkeer en we vallen niet meer op omdat we westers zijn, want er zijn bustouroperators die de plaats aan doen.  Het exclusieve is er voor ons hierdoor een beetje af, maar het blijft heerlijk om hier te zijn. Er zijn mooie dingen te zien. Men probeert de traditionele weeftechnieken en de patronen en stoffen die ze maken toe te passen in modern (meer Westers) design. Ik vind dat geweldig, omdat ik denk dat dat de enige manier is om wat waardevol is ook te behouden, zonder behoudend te zijn.We hebben een mooi guesthouse in een tuin, we kunnen kleine tochtjes in de omgeving maken. Kortom we zijn een beetje vakantie aan het houden na de zware fietsdagen.

Fietsdagen, die wel erg gezellig waren.We troffen twee Spaanse Basken, van 27 en 37 en een Engelsman van 42, die dezelfde tocht als wij wilden maken naar Luang Prabang. De twee Basken hadden hun mountainbikes in Thailand gekocht en een van hen Unai (37) was vooral erg moe. Wij hadden het idee, dat hij vooral kilometers aan het maken was en de twee andere, veel snellere jongen, adviseerden hem met ons mee te gaan. Hij heeft twee dagen met ons samen gefietst en het ging hem beter, omdat wij regelmatig pauzeren en ook geen topsnelheden rijden. ’s Avonds wachtten de twee snelle jongens ons op met een biertje. We wisselden ervaringen uit en dineerden met elkaar. Gisteren hebben ‘ de mannen’ bij ons guesthouse de kettingen van de fietsen gereinigd met petroleum, dus onze fietsen zijn weer als nieuw.

Maar voor we daarvan gebruik maken eerst nog even Luang Prabang.

Eveline 

Waarom reizen op de fiets?

Dat vragen we ons wel eens af als we weer fors aan het klimmen zijn en het zweet van ons gezicht druipt, of zoals gisteren, als we de gehele middag in de regen fietsen op een weg die zo beschadigd is, dat we gedeelten door de modder of over de keien moeten. Het land is te arm om de weg te herstellen denken we. Wie betaalt er hier belasting? Niet die mensen in die hutjes. En dan aankomen in een guesthouse waar het heel schoon is, maar geen douche. Electriciteit alleen van 18.00-23.00 uur. En een restaurant, waar we in Nederland niemand mee naar toe zouden durven nemen. In de stadjes ziet het er welvarender uit. Daar zijn de huizen mooier, rijden er meer auto’s en hebben de winkels meer voorraad.

Toch vinden we dit geweldige ervaringen. Die regen is niet zo erg, want het is niet koud. Die weg valt uiteindelijk ook wel mee. Je raakt er aan gewend. Een keer niet douchen, maar gewoon een pannetje water over je rug is geen ramp. In het restaurant doen ze hun best het ons naar de zin te maken. Geen groenten, geen vlees. Alles is op. Maar ze roepen gasten die Engels blijken te spreken te hulp om uit te zoeken wat ze dan nog wel voor ons kunnen maken. Er komt uiteindelijk een vis en een omelet op tafel. En een biertje uit de koeling hebben ze ook.

Het is moeilijk over te brengen waar we zo van genieten. De dorpen met hutjes liggen op prachtige plekken. De gezichten van de kinderen maken ons iedere keer weer blij. De vergezichten zijn prachtig. En op de fiets maak je dit alles van heel nabij mee. Het geeft ook een heerlijk gevoel om zoals vandaag in Udom Xai in een guesthouse te komen waar een lekkere douche is. Een plaats waar een internetcafe is en waar ze koffie met een broodje hebben.

Eveline

A poor country

These 2 days we passed through many small villages. The people here live in very poor conditions, in thatched wooden huts with their pigs, chicken and dogs. They all are farmers and practice the "slash and burn" method. This means that they cut a piece of the rainforest, burn the remains and use the ashes a a fertilizer. The next year they move to another piece of forest and do the same there. The former field will be retaken by the forest and after 15 years they can come back and repeat the story. You can see this phenomena when you look at the mountainslopes, clearly you can see patches of land in various stages of regaining by the forest and the fields where they are currently growing their crops. These days the population has grown so much that they cannot keep the 15-year scheme. They re-use the land earlier, the land is not so nutritious as it would have been after 15 years and the gains are lower. They have not enough rice for the whole year and they must rely on other sources. These are the government and aid from NGO’s and foreign countries. It also explains why the roads are so bad and that most new infrastructural projects are funded from abroad. These people have no money, they can not pay taxes. They hardly participate in the economy at all. And so far we have not seen any industry of any size. So a poor government is the consequence. We have no idea what the effects are from the government’s political denomination, communist.