Phnom Penh

Drie warme dagen van zo’n 100 km per dag over lange, stoffige wegen met steeds hetzelfde landschap op weg naar Phnom Penh werd wat eentonig. Het landschap is wel mooi, vooral ’s ochtends. We fietsen langs uitgestrekte rijstvelden, die nu vaak bruin zijn met hier en daar lichtgroene vlekken met nieuwe aanplant en her en der hoge, ranke palmbomen.In de loop van de ochtend gaat de zon werkelijk meedogenloos fel schijnen en ziet het er bijna woestijnachtig uit. Het laatste stuk naar Phnom Penh fietsten we over een dijk met aan de ene kant de rivier ern aan de andere kant wetlands en hier wel groene rijstvelden. Het verkeer werd hier alleen zó ontzettend druk dat we niet konden genieten van deze verandering, omdat we onze concentratie nodig hadden voor de weg.

Phnom Penh is een drukke stad, met een prachtig Nationaal Museum een groots koninklijk paleis en veel winkeltjes en restaurantjes.

Eveline

Cycling Laos – Cambodia, Pakse – Siem Reap

About 700 kms.  It took us 9 days.
Day 1: Pakse – Champassak, app. 40 kms. South over rt. 13, after some 35 kms leave the 13 and turn left to the ferries, one for cars and one for 2-wheelers. Both ramshckle makeshift boats, ours was made of 2 cano-like boats, attached to each other by a wooden platform of 2.5 x2.5 mtrs, thus a catamaran. 30.000 kip to the other side. Champassak is a sleeping one street town, former royal capital. Wat Phou, 1o kms south is worth while visiting.
Day 2: Chanpassak – Khong Island. 106 kms. Back to rt. 13 and near the island another ferry. This time one cano-like boat. Nice and quiet island, one of the 4000 in this part of the Mekong. Can be 12 kms wide here in the rainy season. Stayed in Mali guesthouse, belonging to a couple that head fled Lao in 1979, for obvious (political) reasons and that now held the Canadian nationality. Nice place.
Day 3: Khong island – Stung Treng (Cambodia). 100 kms. Back to rt. 13 and south to the border (40 kms). Visa on arrival, 21 USD. The road in Cambodia is good, but very deserted and remote. Stung Treng dirty town, where you don’t want to stay.
Day 4: Stung Treng – Kratie. 140 kms. No accommodation in the middle (well, there is a guesthouse, but it is said they don’t have matresses), so we took a bus till somewhere 40 kms before Kratie. There we got off, left the main road and cycled to the riverbank. Nice ride, met some new an old cycling friends and saw some of the river dolphins that live there.
Day 5: Kratie – Chlong. 32 kms. Dirt road along the riverside. Nice, many houses and hello-ing children, also a number of passing cars, so completely dusty.
Day 6: Chlong – Kampong Cham. 87 kms, 32 of which dirt road. A ferry across the mekong after 50 kms. Very nice stretch, hardly any cars. Muslim country.
Day 7: Kampong Cham – Kampong Thnor. 80 kms. After app. 50 kms a 10-kms stretch of very bad dirt road, sharp rocks, difficult to ride. Very remote area. 3 guesthouses just before the bridge, the last one on the left seemed the best. Good restaurant 50 mtrs round the corner to the left.
Day 8: Kampong Thnor – to Kampong Thom. 38 kms, easy.
Day 9: Kampong Thom – Siem Reap. 140 kms. At lunchtime, after 50 kms, we took a bus. The reason was that it was December 31st and we wanted to be in Siem Reap that evening, instead of in Kampong Kdei, in the middle of nowhere. Good choice, we had a lovely night in Pub street. Siem Reap is the base for a visit to the Angkor Wat temple complex and therefore the most touristic place in the country. This particular evening we enjoyed this very much. A nice party atmosphere in the bars and the street, that was full with people and music. Fireworks at twelve.
Angkor Wat is enormous, impressive and amazing. It takes some days to see it. We enjoyed our stay in Siem Reap a lot.

Pol Pot

Onze reis staat de laatste paar dagen in het licht van de Rode Khmer en Pol Pot. We hebben daar natuurlijk al heel veel over gelezen, maar hadden tot nu toe nog niet veel mensen gesproken die er daadwerkelijk mee te maken hadden. Dat gebeurde heel spontaan. Tijdens een koffiestop op weg naar Pursat, kwam een Frans sprekende meneer aan onze tafel zitten om een praatje te maken. Al gauw bleek, dat hij gevochten had tegen Pol Pot. In die tijd durfde hij niet te laten blijken dat hij Frans sprak, want dat zou zijn dood hebben betekend. Het was een periode waarin veel honger werd geleden, mensen om willekeurige redenen werden vermoord, waardoor er veel angst was en geen enkele zekerheid meer. Hij deed er niet heel dramatisch over, maar benadrukte wel dat de boerenbevolking veel vertrouwen heeft in het huidige regiem, omdat ze verbeteringen ervaren, doordat er betere wegen komen en beter onderwijs voor iedereen.

De dag erna, op 7 januari, bleek het dertig jaar geleden dat het Pol Potregiem door de Vietnamezen werd overmeesterd. Om 07.00 uur aan het ontbijt werden er op tv al beelden vertoond van de feestelijkheden in Pnom Penh en werden mensen geinterviewd. Onderweg hing overal de Cambodjaanse vlag uit, maar door het taalprobleem kwamen we niet te weten wat deze dag voor de Cambodjanen betekent.

Een echte confrontate met deze afschuwelijke periode was ons bezoek op 9 januari aan de Killing Fields. De plaats waar 17.000 mensen in massagraven werden gevonden In het Genocide Museum, dat we daarna bezochten, zagen we de gevangeniscellen, waar de mensen moesten wachten tot ze afgevoerd werden naar de plaats waar ze letterlijk werden afgemaakt. Het is een voormalig schoolgebouw. De klaslokalen werden gevangeniscellen. Er waren foto’s van gevangenen, die hier gruwelijk werden gemarteld. Ze vonden de dood ook niet door de kogel, maar door allerlei ander afschuwelijke methodes. Het wordt dan ook afslachten genoemd. Dit was geen vrolijke dag. We vragen ons regelmatig af hoe het toch kan, dat zo’n lief, aardig volk tot zulke afschuwelijke dingen in staat is. Maar misschien zit een dergelijke schizofrenie wel in de mens? 

Eveline

Battambang

We zijn met de boot van Siem Reap naar Battambang gereisd. Dat kan ook met de fiets, zou 2 in dagen kunnen. Maar er is een bootdienst die over een rivier, dan een stuk over het grote Ton Le Sap meer en dan weer een rivier op naar Battambang gaat. De gastheer van ons guesthouse had voor de tickets gezorgd en het zou beter zijn  met de auto naar de pier te gaan, 11 km zuidelijker. We werden om 06.30 ogehaald met een pick-up truckje, dat al helemaal vol zat met backpackers. We dachten dat we er niet bij zouden kunnen, maar dat kon dus wel. De fietsen werden achter tegen de auto gebonden, wij moesten voorin. Achteraf vinden we dat we het best hadden kunnen fietsen, was een mooi ritje geweest. De boottocht zelf was heel bijzonder. De fietsen op het dak, waar ook passagiers konden zitten, liggen of staan.  De boot voer af en toe door hele nauwe doorgangen in het struikgewas. Het meer is nl. in de regentijd ca. 8000 km2 en in de droge tijd minder dan 3000 km2 groot. De scheiding tusen land, rivier en meer is dus erg onduidelijk en verschilt per seizoen, per dag eigenlijk. We passeerden drijvende dorpen, waar de mensen van de visvangst leven. Cambodja is zo visrijk, dat vis de grootste eiwitbron is voor de mensen. Het zit heel vaak in het dagelijkse menu. Na een tocht van 8 1/2 uur waren we in Battambang, een stad waar we niet erg van onder de indruk zijn. Vandaag zijn we op bezoek geweest bij een vestiging van de Association Francaise de solidarit’e Cambodge. We hadden het adres van onze Franse fietsvrienden die we al een aantal dagen steeds ontmoeten, omdat ze dezelfde route afleggen. De association heeft hier 2 logiezen voor kinderen van arme families uit de omgeving. Er verblijven ca. 60 kinderen, tot ca. 18 jaar. Ze gaan naar school en worden op allerlei manieren ondersteund. Ook heeft men progamma’s met koeien en rijst, alles op basis van lenen en terugbetalen als het wat opgeleverd heeft. Vgl. microkredieten. Het spreekt ons erg aan en we hebben in ieder geval een stukje van de strijkstok gezien, die was erg kort. Een zeer betrokken manager. We zijn er enkele uren geweest en denken dat we hier wel in zouden willen stappen. Onze Franse fietsgenoten zijn al "parents" van een gezin en gaan een paar dagen helpen.

Wij vertrekken morgenochtend vroeg om in 3 dagen naar Pnom Penh te rijden. E’en van de dingen die we daar moeten doen is een visum voor Vietnam regelen. Dat ging hier niet, duurt nl. een paar dagen. Maar er is veel te zien en men zegt dat het een leuke stad is, dus dat moet daar wel lukken.

Lexusland

Lexus is een automerk. En niet zo maar een, het is het topmerk dat Toyota uitbrengt om in het segment van de "ececutive cars", zeg maar de directiewagens, de concurrentie aan te gaan met grote merken als Mercedes, BMW e.d. Dat lukt aardig in de US, niet zo erg nog in Europa. Dat heeft met de prijs te maken, die is namelijk niet gering, maar misschien ook met het ontwerp van de modellen. Europeanen vinden dat niet zo geweldig. Maar het zijn dus dure auto’s van een fantastische kwaliteit, er zijn kenners die zeggen dat het de beste auto van de wereld is.
Hier in Cambodja zie je ongelooflijk veel Lexussen. In Nederland gaan er dagen voorbij dat zelfs de oplettende autoliefhebber er geen enkele ziet. Dat zal hier niet gebeuren, zoveel rijden er hier rond. Ik schat dat zo’n 90% van de personenauto’s in Cambodja Toyota’s zijn. Het lijkt wel of Toyota bij elke 10 verkochte auto’s een Lexus heeft cadeau gedaan. Het barst er van. Dit straatarme land is kennelijk een goed land voor Lexus.

Dollarland

In Cambodja hanteert men 2 muntsoorten. De "eigen" Riel en de Amerikaanse dollar. In de grote plaatsen die we passeerden vonden steeds wel een geldautomaat. Ze geven dollars. Deze geldautomaten wrkten echter alleen met een Visa kaart. Gelukkig hebben wij zowel Mastercard als Visa bij ons, speciaal om in zulke omstandigheden vooruit te kunnen. Grotere bedragen, dwz hoger dan 1 USD worden in dollars afgerekend, de Riel is er eigenlijk alleen als kleingeld.
Hier in Siem Reap, een echte toeristenstad bij het tempelcomplex van Angkor Wat, zijn geldautomaten die op een debetkaart, de gewone bankpas, werken. Ze hebben het Cyrrus en Maestro logo. Drie jaar geleden hebben we in Laos geen enkele geldautomaat gevonden. Nu vind je ze daar in de steden ook. Dat scheelt een hoop ongemak met Travelers cheques etc. Dat is een heel gedoe, met commissies bij aan- en verkoop. Die dingen zijn met het doordringen van de ATM’s (geldautomaten) echt overbodig geworden.

Angkor Wat en Siem Reap

Siem Reap is de stad, van waaruit Angkor Wat wordt bezocht. In Seam Reap  staan de hotels en guesthouses. Het is een aangename stad. Veel verkeer, brommertjes en tuck-tucks. En veel openliggende straten, dus heel veel stof. Er wordt veel gebouwd. Langs de rivier staan hoge bomen en er is een Frans kwartier, waar Franse koloniale huizen heel mooi worden gerenoveerd en aangepast aan het gebruik als winkel, restaurant of guesthouse. Er zijn veel toeristen en ik ben blij dat Cambodja Angkor Wat heeft, want het toerisme is een belangrijke inkomstenbron. Wij vinden het, na de absoluut niet toeristische soberheid van de dorpen, fijn om even wat luxer op een terrasje te zitten en te slenteren langs markten en galerietjes

Angkor betekent hoofdstad, of heilige stad en dat was tussen de 9e en 12e eeuw het centrum van het Khmer-Rijk. Er werden in dit gebied door diverse achtereenvolgende koningen prachtige tempels neergezet. Boeddhistisch en Hindoeistisch. De ruines daarvan zijn nu een toeristische trekpleister en terecht. Ze hebben een typische ‘Khmer’-stijl. Robuust, met heel veel bas-reliefs, die het dagelijks leven uitbeelden en de vele gevechten die toen, zoals overal in de wereld geloof ik, plaatsvonden en echt mooi zijn. Gelegen in het oerwoud, waar het gefluit van de krekels het belangrijkste geluid is en waar heel goed te zien is hoe het oerwoud de tempels overwoekerd heeft. Voor een deel is het oerwoud weggekapt, maar bij sommige tempels heeft men ervoor gekozen een deel van het oerwoud te laten. Dat geeft een speciaal effect: echt gigantische boomwortels die de muren van de tempels in de klauwlijken te hebben en prachtig passen bij de architectonische menselijke hoogstandjes. Twee tempeldagen fietsten we door dit grote gebied. We legden 60 km af en hebben niet alles bezocht, want twee tempeldagen bleken voor ons wel genoeg. We zijn verzadigd en hangen vandaag dus de toerist uit.

Morgen gaan we met de boot via Ton le Sap (het grootste meer van Azie) naar Battam Bang om overmorgen van daar uit onze toch voort te zetten richting Pnom Penh.

Eveline

Happy New Year

Dat klonk dan wel heel dapper in ons laatste berichtje: dat we een sobere jaarwisseling verkozen, maar bij nader inzien bleken we eigenlijk toch allebei behoefte te hebben aan enig feestgevoel. Toen we met oudjaar 50 km gefietst hadden en we vóór de nog resterende 40 in een dorp pauzeerden vonden we het vooruitzicht wat armoedig allemaal: een guesthouse met een kamertje waar je niet echt leuk kunt zitten en een dorp waar de eenvoudige eethuisjes , als ze er al zijn, om 21.00 uur de lichten uitdoen. Toch maar proberen Siem Reap te bereiken? Dat was snel beslist. De eigenaar van het restaurant waar we zaten wees ons hoe we een busstop konden regelen en een paar uur later fietsten we Siem Reap binnen. We vonden een aardig guesthouse en in de stad was het een echt festijn. Alvorens ons in het feestgedruis te wagen, gingen we naar een film over het Rode Khmerregime, maar plotseling viel de electricitet in de hele stad uit. Met onze hoofdlampjes op zijn we naar de ‘Pubstreet’, gegaan. Een straat vol restaurantjes, waar overal kaarsen brandden en een leuke sfeer hing. Om 23.30 gingen de lampen weer aan en dat werd met veel gejuich ontvangen. Er waren bands, er werd gedanst en om 24.00 uur was er vuurwerk. Dat kan hier heel goed buiten, omdat het ’s avonds nog heerlijk warm is. Het was wel een blank festijn, maar we waren toch blij hier te zijn en niet slapend in een dorpje niets mee te krijgen van óns westerse Nieuwjaar.

Nieuwjaars diner in The Red Piano

Laos_0101_00010