Onmogelijke dingen die toch gebeuren

Tja. We rijden op Schwalbe Marathon XR banden. Volgens de fabrikant zijn die ondoordringbaar en gaan ze 15000 km mee, de meest duurzame band die er is. En inderdaad, we rijden er nu 3 jaar en ca. 9000 km mee rond, en geen enkele lekke band……. tot vorige week. De binnenband vertoonde zelfs 2 gaatjes. De reden was een metaalsplintertje, dunner dan een speld. Die was, waarschijnlijk net naast de " ondoordringbare" laag door de buitenband geprikt en toen de band langzaam slap werd heeft het onding nog even de andere kant van de binnenkant doorgeprikt. De gaatjes waren zo klein dat de band erg langzaam leegliep en dat ik ze mbv luchtbelletjes in water moest vinden. Mijn vertrouwen is wel geschokt. I’m going to sue Schwalbe for this!

De mensen gebruiken de weg voor van alles. De oogst wordt er op gedroogd, hout- en bouwmaterialen opslag, maar ook ve vele werkplaatsjes zitten met hun spullen op de straat. Er zijn best veel metaalwerkplaatsen, en men zit, gehurkt, op straat te slijpen en te lassen etc. Daar moet de splinter vandaangekomen zijn. In het vervolg met een boogje er omheen dus.

Cycling in Yunnan: Back in Dali, end of first stage

yWe’re back in Dali, where we started our tour. It took us just over 1000 kms. We will stay here for a couple of days to take some rest, clean the bikes, send some things (warm clothes, thick book) that we don’t need anymore back home, extend our visa and prepare the second stage: the route to the Lao border. So far things go as planned.

From Shaxi we knew that we had to cross a high mountain ridge to reach Eryan on the way to Dali. Shelly’s advice was to take the short version, immidiately from Shaxi over the mountain. But after some reconnaisance we discovered that this was a cobble stone road, so we decided otherwise. We rode south (we thought a good 30 kms, according to our wonderful Chinese map) and intended to cross the ridge there. This we thought would be a good road, because "the busses take that road". After 50 kms we reached the junction and we were tired, since the road went up and down continuously. By a nice 18-year old girl, who more or less compelled us to stop and take a rest in her parents’  house, we were strongly adviced to take the bus from there. We agreed gladly. The girl was very eager to speak English with us, we were her family and she called us uncle and auntie. Things can go very fast sometimes. Once in the bus, admidst hyge bags of charcaol, we realized how happy we should be to have taken yhe bus. It was cobblestones for nearly 50 kms (I love Chinese maps) and we went over 3000 mts altitude. So we skipped an extra climb of 1100 meters, that we at that moment really couldn’t have done on our own. After that things went smoothly and the day after we reached Dali, where they recognised us in the guesthouse. We have the same room, regulars you know.

Pics

AkuP1020103

Onze kaart en de begeleidende aantekeningen van Aku in een schoolschriftjeP1020234_2

We ontmoeten zo nu en dan Chinese bikers. Dit is Hiram uit Taiwan, die op een ontzettend zwaar beladen fiets heel China doorkruist en nu van Tibet afdaalt in de richting van LijiangP1020132

De Yangtze rivierP1020110

Fietsen door de TijgerkloofP1020116

Diep in de TijgerkloofP1020122

We kregen thee en boekweitkoek toen we in hun huisje voor de regen schuildenP1020125

Op de Tibetaanse hoogvlakteP1020134

Tibedtaans huisP1020138

Een bedelmonnik onderbreekt een gesprek met een Chinese fietsterP1020160

De eerste blik op de Mekong (Lancang), meer dan 1000 m. lagerP1020169

Gebedsvlaggen over de MekongP1020180

Tibetaanse groeten uit het dal van de MekongP1020183

Landslide, in het Mekongdal ca. 1 per 7.5 kmP1020187

Zicht vanuit het guesthouse op het kerkje van CizhongP1020197

Hangbrug uit de tijd van de Qing-dynastieP1020207 (1650-1900)

Een contract zonder dat de partijen een woord van elkaar konden verstaan, de omcirkelde delen tonen de essentie van de afspraak: we wilden vervoer naar Shaxi en terug en wat zou dat kosten, hun bod van 150 Yuan vonden wij te veel, ons tegen bod van 100 werd snel geaccepteerd (dus nog te duur!), we zouden om 10.00 uur de volgende ochtend vertrekken. Het werkte als als afgesproken! (sorry voor de liggend e foto)P1020235

MarktbeeldenP1020256

P1020261

P1020238

P1020264

Na Shangri-La

De bus naar Deqin, een rit van 7 uur, was voor eenderde adembenemd mooi. Tweederde van de rit regende het en hadden we geen uitzicht. Het adembenemende zat hem in de mooie uitzichten in de diepe valleien en op de hoge bergen met hun donkerrode en grijsgroene kleuren. Kleuren die ik nog ken van Ladakh in Noord-India en die Teunis zich misschien ook nog wel kan herinneren. De regen benam ons jammer genoeg ook het zicht op de Meili Snow Mountains. De vooruitzichten waren niet goed: bewolking voor de eerste dagen en dan zie je die mooie sneeuwbergen niet, dus besloten we te gaan fietsen.

We startten met 13 C op 3200 m en met steigen en dalen bereikten we de Mekong. Hier nog een smalle ruige rivier tussen hoge bergwanden. Ook een kloof dus.

We belandden in een rustiek Tibetaans guesthouse met uitzicht op een RK kerk. Dat is heel bijzonder hier. Eind 19e eeuw probeerden Franse missionarissen hier zieltjes te winnen.Het dorp doet een wijnbouw. Komt vast door die missionarissen.

Van Cizhong, met het RK kerkje, zijn we via een lange fietstocht langs de Mekong (alsmaar stijgen en dalen) naar Weixi gegaan. Van daar uit wilden we terug naar de rivier de Yangtze. We konden er niet achter komen of dat te doen was op de fiets, hoeveel km, hoeveel hoogteverschil. Tenslotte zijn we een kantoor van China Mobile binnengestapt (daar stikt het hier van) en hebben een dame aangeklampt die een klein beetje Engels sprak. Ze heeft haar Engelse leraar gebeld en die heeft ons geadviseerd de route per bus af te leggen. Dat advies hebben we opgevolgd en per bus zijn we naar Judian gegaan. Een rit van 4 uur, maar heel mooi en dit keer wel met de hele tijd helder zicht. We kwamen weer bij de Yangtze. Yunnan heeft drie belangrijke rivieren, die parallel aan elkaar lopen, met hoge bergen daartussen. De Salween die naar Bangladesh loopt, de Mekong die naar Zuid-Vietnam gaat en die we willen volgen, en de Yangtze, die naar de Indische Oceaan loopt.

Dinsdag 6 oktober zijn we in Jianchuan aangekomen. Na een steile klim kwamen we bij een mooi restaurantje met een leuk terras, waar een Engels sprekende meneer ons uitnodigde hier plaats te nemen voor de lunch. Met uitzicht op een meer hebben we ons dat graag laten aanleunen. Daarna betrok het en moesten we verder in de regen door een lelijk landschap met het stof van vele steenhouwers langs de weg.

Jianchuan bleek ook geen geweldige stad. Volgens Aku moesten we van hier uit Shaxi bezoeken. Maar weer waren we in twijfel: hoe ver is dat en kunnen we daar overnachten? Onze Bradtgids en de informatie van Asian Way of Life geeft hierover geen uitsluitsel. Wat doen we nu? We voelden ons een beetje verloren.

Een wandeling door het stadje bracht ons bij het busstation en daar werden we aangesproken door twee mannen. Met handen en voeten en een striptekening van Frans sloten we een contract af. Ze zouden ons de volgende dag met een busje ophalen om ons naar Shaxi te brengen. Zou dit lukken?

Ja, het lukte. Shaxi blijkt een prachtig gerestaureerd Bai-dorp. Dat wil zeggen, dat het bewoond wordt door Tibetaanse en Bai- minderheden. Samen met een Zwitserse organisatie is dit dorp voorzien van riolering, is de bestrating verbeterd en zijn er plannen om het toerisme op duurzame wijze aan te pakken. We maakten kennis met mensen van het Shaxi Cultureel Centrum en Guesthouse (www.shaxiculturalcenter.com) en besloten ons hier voor een paar dagen te vestigen. Het guesthouse is heel rustiek en we zullen hier wel een beetje uitrusten van alle klimwerk.

Ik heb nog een paar thema’s uitgewerkt:

Landslides: De Chinezen hebben werkelijk goede wegen aangelegd zo hoog in de bergen. Het klimaat is hier alleen ook heel ruig. Dat betekent dat door regen en wind er soms ware steenlawines naar beneden komen, die soms ook hele rotsblokken meesleuren en die dan dus hele stukken asfalt wegslaan. De weg wordt snel wel weer vrijgemaakt, maar wat overblijft is dan een ruw wegdek vol losse stenen en modder. Intussen schrik ik er niet meer voor terug me over zo’n pad naar beneden te laten gaan, of er tegenop te klimmen. Het mountainbiken maak ik me op deze manier al aardig eigen. Volgend jaar doe ik met Frans de TransAlp.

Eten: In China bestel je geen maaltijd voor jezelf zodra je met meer dan 1 persoon bent. Je bestelt dan een paar schotels en met je stokjes pik je daar dan allemaal wat uit. Je krijgt wel allemaal een eigen kommetje. Traditionele gerechten hier in Yunnan: roerei met tomaat, gedroogd Yakvlees, gekookte groenten met het nat, een soort soep dus en een varkens, runder, of kipschotel, altijd kleingesneden vlees met heerlijke kruiden en groenten en altijd lenteuitjes. Kortom: we hebben hier altijd al smakelijk gegeten. Noedelsoep als ontbijt kan me alleen nog steeds niet bekoren, maar meestal hebben we daar wel een oplossing voor gevonden door uit ons Point-it boekje een gebakken ei aan te wijzen of iets van dien aard.

Hygiene: De dorpen zijn vaak modderig. De honden liggen op straat. Koeien, kippen en varkens lopen vrij rond. Er is geen riolering. De plee is ergens een gat in de grond met een dakje erboven en stinkt vreselijk. Huisvuil wordt op het platteland niet opgehaald. Mensen gooien hun afval dus zo maar ergens neer. Stof afnemen kent men vaak niet. Tafels worden schoongemaakt met de dweil die ook voor de vloer wordt gebruikt. Kortom het is vaak een ongelooflijke rotzooi waar je in terecht komt en waar je dan ook moet slapen. Voor het eerst hebben we onze zijden lakenzak gebruikt, omdat we het beddengoed niet vertrouwden. Gelukkig hebben we nog maar twee keer zo’n vies guesthouse gehad. We zijn er niet ziek van geworden. Maar is dit dan nog wel leuk? We klagen erover tegen elkaar, maar beseffen ook dat dit bij onze manier van reizen hoort. Een Engels sprekende Chinese vrouw zei tegen ons, dat wij wel het echte China zien. Daar wonen gewoon nog veel arme mensen. Als je met toeroperators reist, kom je in de grotere hotels, maar zie je niet het echte leven. In het boekje ‘ Fietsen met Nietzsche’, dat ik van een wandelvriendin kreeg en nu aan het lezen ben las ik dat reizen tot relativering leidt. Dat is ongetwijfeld het geval. Het leidt echter ook tot waardering. Waardering voor wat er de afgelopen 50 jaar in het Westen is gerealiseerd en wat hier allemaal nog moet gebeuren. Ik weet nog, dat wij vroeger thuis ook een plee hadden. Die stonk in mijn herinnering niet, omdat mijn pa tijdig de beerput leegde. We hadden een pomp en geen waterleiding. We hadden geen douche, maar mochten 1x per week in de teil. Het vuil werd niet opgehaald, maar wij verzamelden dat op een vaste plek in de tuin en dat werd dan weer benut voor bemesting van de groentetuin. Wat we hier zien is dat de afgelegen dorpen ontsloten worden door goede toegangswegen. Het dorp waar we nu zijn wordt opgewaardeerd met behulp van een internationaal project. Naast verbetering van de grote infrastructuur moet er op micro-niveau nog heel veel gebeuren. Materieel, maar ook qua bewustwording. De mensen, ook in de stad, zijn gewend gewoon alles maar op straat te gooien en zijn niet gewend hun eigen boeltje schoon te maken. Behalve daar waar ze te maken krijgen met Westerse toeristen. Misschien is dit wel te kort door de bocht, maar dit is onze eerste waarneming.

Overigens: in de stad Kunming is het straatbeeld heel schoon en er rijden duizenden brommers en scooters, allemaal voortgedreven op electriciteit. Hartstikke stil en schoon. Dat dan ook weer. Het is een kwestie van tijd, dat kunnen we aan onze eigen geschiedenis zien.

Eveline

Cycling in Yunnan: After Shangri-La

We left Shangri-La (former name Zhongdian and Xiangerilela like the Chinese write it in pinyin) in rainy and cloudy weather. Bikes on top of the bus, leaning against all the other bags. The ride lasted nearly 7 hours (185 kms) and mostly we were in the clouds and/or rain. We crossed two mountain passes, a sign on the last indicated an altitude of 4292 meters. Between these two passes the sky was more or less clear and we could enjoy the magnificient views of these Tibetan mountains, with snow caps on the summits and fiercely green rice-paddies deep down in the valleys.

In Denqin, in the very north of the Yunnan province and on the border of Tibet itself, it was raining. The view was nill. Therefore we decided not to continue to Feilai Si. This is a place another 20 kms further up and it is said to be the best view point for the Mei Li Snow mountains. As we understood it would remain cloudy for the coming days, so no use to go there.

From Decqin (3200 altitude) we rode south to the valley of the Mekong river (called Lancang here). After a good 20 kms we first spotted it, over 1000 mtrs below us in a gorge. (If possible a photo will be placed in the blog). A impressive view, a mighty river in so deep ma gorge. Somewhat later we started to descent and indeed after 40 kms, after a nice lunch in Yun lin we hit the river. Big, fast, rough and full of silt. We followed the river until after 84 kms we reached a small place called Cizhong. We had to climb some 150 mtrs to find a very nice guesthouse behind a (note!) Catholic church. This church was built by French missionaries in 1905. In the evening the church was full of people singening Gregorian songs. It sounden very special. The guesthouse was traditinal, simple and very comfortable, a nice lounge terrace on the roof and a wonderfull living room/kitchen inside. If we would construct a house ourselves….. We didn’t stay here to relax a day or so, which we regretted afterwards.

The next day we continued and reached Kampu (70kms). We just followed the river, but the road went up and down and it was very fateaging. We spent the night in a very basic guesthouse. But imagine: we had dinner, drank 4 beers (one bottle = 640 cl.), slept in good beds, had breakfast and we paid the total amount of 80 Yuan ( 8 Euros). But the toilet was a filthy shed with a whole in the floor behind the yard, where there also was a metal workshop etc….

The next day we continued to Weixi. We spent the night in a good hotel there, but the floor below was a kaoraoke joint. If you’re tired enough you will sleep anyway. We tried our very best to find someone who spoke English to help us find our way over the mountain to the valley of theYangtze river. But after an hour roaming through the street we ended in a China Mobile shop (they’re everywhere) where an employee helped us as well as she could and in the end called her English teacher on the phone. We decided to follow his advice and take a bus. The girl took us by taxi to the bus station and did not let us pay for the ride! Nice people or what? This bus station was only 100 mtrs from our hotel, but we could never have found it ourselves. It’s so difficult to recognise anything at all.

The bus ride was 4 hours, at least twice as long as we had expected. But then we were dropped off on a wide road in the Yangtze valley. We rode down the river untill a guesthouse just before Shigu. The most filthy stop untill now, you must see it before you believe it. But we’re still healthy and well.

Next stage was to Jianchuan, back again on the Asian Way of Life route and much climbing. Here we negiotated a taxi ride for the next day to Shaxi (Aku’s suggestion). This place, app 30 kms south of Janchuan, is a beautifully restored little town of the Bai-minority people and so charming that we decided to go back to it. After the completion of the restoration project (international long year project) they hope to realise a sustainable form tourism here and be a smaller counterpart of Lijiang, but without the mass tourism and its commercial consequences. A very lovely place. So now we’re staying in a jewel of a little guesthouse with all the small luxuries that one wishes, including some good computers with reasonable fast internet. We intend to stay here for a couple of nights. We will be advised how to return to the route to Dali by Shelly, a girl we met in a bar very nearby. In this bar they make a real cappucinno. The daughter of the owners is a 3rd year Ecomics-student at Tilburg university. It’s a small world, isn’t it. So what will happen next? We’ll keep you informed.

Ons mailen?

Als je ons priv’e wil mailen, gebruik dan onze gewone e-mailadressen. Of gebruik het mailformulier dat je kunt aanklikken in de kolom links naast het vaste eerste bericht. (vermeld wel je eigen e-mailadres op de daarvoor bestemde regel)

Avonturieren?

We hebben een paar prachtige dagen achter de rug. Eerst hebben we genoten van een bezoek aan de Tiger Leaping Gorge, een hele smalle kloof, waar de Yangtze rivier doorheen geperst wordt. We zijn met de fiets de Gorge ingegaan en hebben daar geslapen. De andere dag zijn we te voet naar beneden gedaald om het kolkende water van de rivier van dichtbij te zien. Werkelijk adembenemend. Foto’s volgen zodra we weer een snelle computer tegenkomen. Het fietsen en vooral het klimmen viel mij deze eerste dagen erg zwaar. Die klimconditie bouwt kennelijk wel snel op want:

Gisteren hebben we een echte prestatie geleverd. We zijn van 1860 meter naar 3285 meter gestegen. Nog nooit zijn we op de fiets zo hoog geweest. Na 3200 meter kwamen we op de hoogvlakte van Tibet. En het is echt ook Tibet hier. De huizen zijn anders gebouwd, de mensen hebben een andere gezichtsstructuur en dragen kleurige kleren en we zien stupa’s en gebedsvlaggetjes. Vanochtend passeerden we de 3300 m.

Vanaf morgen gaan we afwijken van onze leidraad: de beschrijving van de route van Asian Way of Life. Met Aku, de partner van de dochter van een vriendin van ons uit de straat, hebben we een alternatieve route uitgezet. We gaan met de bus naar Decqin over passen van 4000m en na een kijkje in de omgeving daar gaan we de Mekong af fietsen. Voor 17 oktober moeten we terug zijn in Dali om ons visum te verlengen en dan gaan we onze eigen weg zien te vinden richting Laos.

Onderweg hebben we leuke ontmoetingen. In de Gorge met een Amerikaan die in London woont en een Engelse die in Thaland woont. Gesprekken over China, maar ook over de kredietcrisis. Discussies alsof we thuis zijn..
Ook met een jong Chinees stel, die erg graag met ons wilden praten over Europa, maar ook over de beperkingen die zij ervaren doordat ze alleen de informatie ontvangen die goedgekeurd wordt door de partij. Ze zijn beide civiel ingenieur en moeten hard werken. 5 dagen per week en slechts 7 dagen vakantie per jaar, bovenop de verplichte vrije dagen rondom 1 oktober en 1 mei.

Frans en ik zijn inmiddels overigens gewilde fotomodellen. We worden gefilmd en gefotografeerd en toegeroepen: You are wonderful en duimen omhoog vanuit langzamer rijdende auto’s.

Kortom: we voelen ons steeds meer thuis in Yunan en nu ook in Chinees Tibet.

Eveline

Shangri-La and change of plan

Today we reached Shangri-La. This name suggests something like a heavenly place. We’re not sure about this, but we are at a altitude of 3300 mtrs. Yesterday we reached this plateau after a climb of over 1400 mtrs from Quaitou at the entrance of the Tiger Leaping Gorge. Once on the plateau there was a change of air, view and people. Now we could look over greater distances, we saw people and houses in Tibetan style and passed our first stupa after some kms. We spent the night in a basic guesthouse along the road; two beds and a broken tv in the room, to wash we got a bucket of cold  and two thermosses with hot water plus a plastic bowl, all put on the floor. Toilet shared, made accommodate 3 persons at a time. Now we stay in Kevin’s Trekker Inn (www.kevintrekkerinn.com) with Kevin as a perfect English speaking landlord. Because of the national holidays here everything is overbooked and we have to sleep in the dorm.
From Lijiang we biked up to Quaitou, where we spent the night. We had breakfast in the Gorged Tiger Caf’e owned by Margo from Australia (already 11 years here). Then we rode up into the gorge. It is really amazing and very impressive to see how the Yangtze river, somtimes a couple of 100 mtrs wide now preesses itself through this narrow gorge, at plces not more than 10-20 meters wide. Raging waters! We spent the night in Tina’s guesthouse, 20 kms into the gorge, which we only could reach over a rocky and balcony-like road. Spectacular.Tina’s was a good and comfortable place, and we dined with American Tom, living in London, British Dorothy, living in Chang Mai Thailand, and Leo, Tom’s tourguide. In the morning we hiked 300 mtrs down (and up) to the bottom of the gorge to see the anger and power of the river close by. After that we had lunch and spoke a long time with 32 year-old Lee and his wife (sorry, forgot the name). Very interesting and nice persons, they give us confidence in the future of the world.
But now: change of plans. Instead of riding eastward and southward back to the Tiger Leaping Gorge as the Asian Way of Life route suggests, we will take a bus more north, over passes exceeding 4000 meters and go to Decqin. From there we intend to ride south along the Mekong river, which is sais to flow through a fantastically deep valley. In Weixi we want to take a bus again to bring us back over the mountains in the Yangtze valley. From there we’ll pick up the Asian w.o.l route again and head for Dali. We must be there before Oct. 17th, because we have to extend our visa.
Frans

Chinese historie en cultuur

Vanochtend hebben we ons verlustigd aan een stuk Chinese cultuur en historie. We bezochten het Lijiang Mu’s Mansion House. Een complex van paleizen en tuinen van de voormalige koningen van de Naxi, een minderheidsgroep in China. We hebben er enkele uren doorgebracht. De grootsheid en schoonheid deden ons denken aan het Alhambra in Granada. Qua architectuur zijn ze onvergelijkbaar natuurlijk, maar de indruk die het Alhambra op me maakte was vergelijkbaar met de indruk die Mu’s Mansion House op me maakte.

Contrasts

Mordern vs traditioal, new vs old, rich vs poor, clean vs dirty. These opposites are visible everywhere. More of the first in the urban areas, more of the second in the country. These contrats seem to go together in many places.There are the most state of the art cars next to the single cilindre engines, water buffalo and donkeys the farmers use. Skyscrapers and dwellings that we would consider unacceptable. People using their cellphones everywhere, youngsters playing with it. People dressed as in Europe, minotrity women in traditional dress. Nice and tidyreataurants versus local restaurants where the tables and the floors are scattered with litter and spillings fallen from the bowls while eating. Kitchens with black walls and windows.

Somewhat expressed it as follows: "The hardware in China is developing very fast, the software is lacking behind".