Barichara en ansichtkaarten

Omdat San Gil zo´n drukke hete stad is, hebben we vanochtend de bus naar Barichara genomen. Dit zou een hoger gelegen kunstenaarsdorp zijn. Dat laatste valt wel mee. De ´artisánades´bestaan vooral uit stoffen tassen, sjalws en sieraden van gekleurde kralen. We hebben wel een atelier bezocht van een verdienstelijk schilder en een museum, waar aardig werk was. De beeldentuin, die zo prominent in onze reisgids staat aangekondigd heeft niet het niveau dat we gewend zijn. Maar ligt wel op een mooi uitzichtspunt over het dal en de omliggende bergen.

Ik hoopte in dit dorp eindelijk de ansichtkaarten te kunnen kopen waar ik al enige tijd naar uitkijk. Ik wil mijn pa en mijn binnenkort jarige vriendin graag een kaart schrijven. We hebben echt het hele dorp afgestruind, maar in ale die toeristenwinkeltjes was geen kaart te bekennen. Tenslotte vonden we er een paar in een kapel. Dan nog postzegels. Het postkantoor blijkt gesloten op zaterdag en morgen, zondag, natuurlijk ook. De mevrouw van de ansichtkaarten belde met het postkantoor en de mevrouw van het postkantoor wilde ons wel even ontvangen. Maar…probleem: de postzegels komen pas aanstaande dinsdag. We mogen de kaarten brengen en postzegels betalen. Zij belooft ons de kaarten aanstaande dinsdag te versturen. We hebben alle vertrouwen. Leve de kleinschaligheid…

Eveline

Eetcultuur

De Colombianen gebruiken ´s middags tussen 12.00 en 14.00 uur hun middagmaal. Dat is meteen hun hoofdmaaltijd. Alles is dan gesloten, behalve de restaurants. Ik weet niet of ze echt ontbijten, of koffie nemen met een koekje of zoete broodjes, of arepa´s (maïspannekoekjes) zoals je dat in koffiehuizen ziet. Als wij fietsen willen we echt ontbijten en dat betekent gebakken, of roergebakken eieren met een zoet broodje en arepa´s. Soms krijg je de arepa´s zo, soms gevuld met kaas of stukjes kip.

Het middagmaal bestaat uit (vaak) een groot stuk vlees, gebakken yuca, weer arepa´s, aardappelen, rijst en wat sla. Frans neemt dit soms, maar ik vind dit, na zo´n stevig ontbijt te veel en beperk me dan tot een gevuld broodje (met kaas en/of kip) of een vruchtensalade.

Wij gebruiken de hoofdmaaltijd ´s avonds. Gelukkig kun je in heel veel restaurants een kleine portie bestellen. Die is, ook voor Frans, voldoende. Wij zijn al geen grote vleeseters, maar de lappen vlees zoals je ze hier op je bord krijgt zijn echt gigantisch. Ze maken het overigens wel heel erg lekker klaar.

Verder zijn de Colombianen zoetekauwen. Heel veel ijssalons en bakkerijen met zoetigheid, waar gretig gebruik van wordt gemaakt. Heel veel kinderen en volwassenen, vooral vrouwen, zijn voloptueus, oftewel te zwaar in onze ogen.

Barbosa – Oiba (alt. 1433) – San Gil (alt. 1126)

Barbosa – Oiba: 67 kms. Total ascent 899 mtrs. Temp. 32 C. Though we are 170 mtrs lower in the end of the day this was a real mountain stage. Ondolante, up and down, each time again you come flying down a hill and then you have to switch into the smallest gear within 2 or 3 pedal strokes and push hard to go to the next highest point, only to repeat the same procedure time after time. Eats a lot of energy. Lowest point in the route was 1370, highest 1682. We found lodging in aHotel Buganvillia, very simple rooms behind a historic front with arcades in the historic centre of Oiba, real cute. Run by a very friendly and helpful family with roots in the town for over 140 years, so they told us. Their prices couldn´t be friendlier.

 

Oiba  – San Gil

54,3 kms. Total ascent 692 mtrs. So unless we’re going down steadily and gradually leaving the Andes mountain range we are climbing a lot and we have a real mountain stage each day. The scenery was beautiful again with wide views and temperatures reached as high as 36 ˚C. These conditions made 54 kms long enough for us for one day.

San Gil is a hectic place, where tourism is rapidly developing. Activities offered here are rafting, canoing, canyoning, caving and parapente. There is a small national park on an island in the river passing the town that offers a tropical botanical experience as well as bars, restaurants, ice cream and cool drink vendors and a children’s playground. In addition to that dense traffic, many big American type lorries with long hoods and high exhaust pipes, wind through all this. So for a quiet and peaceful stay one can better go elsewhere.

There are many hotels, at least establishments that offer a place to stay the night. But many look so delapidated, that it took us quite some time before we had found one that suited us. We criss crossed the town a couple of times, checking various accommodations and it took so long that we had to interrupt our efforts for a cold drink. Now we’re in Hotel Riposo, not bad, clean, a bit expensive and hot. Fortunately there is a fan. I guess riposo means rest, and that’s what we need again now.

We were lucky concerning our evening meal. We found Restaurante El Mano in the same street as where we live, Calle 10, that offers an “almuerzo” (a full meal) for 9000 pesos a person. This is more expensive than in non touristic places, but what pleased us most is the quality and the taste of the food. It was good, even compared to European standards. The tables were laid out beautifully and the food was well presented on beautiful plates. The regular dishes in this country are not very tasteful. Big portions , a lot of meat, especially pollo (chicken), served on a wooden board (a la plancha) or tin platter, with a bit of vegetables and rice or french fries or cooked potatoes or yuca and beans. Heavy stuff, and the taste seems to be less important than the quantity. In Barbosa we were confined to eat at “Super Pollo”, which says it all I would say. But tonight found ourselves very lucky.

the tracks: Download 20100108_barbosa_oiba.gpx

Download 20100108_oiba_sangil.gpx

Barbosa-Oiba:

Schermafbeelding 2010-11-09 om 12.57.05

Profile Barbosa-Oiba:

Schermafbeelding 2010-11-09 om 12.57.41

Oiba-San Gil

Schermafbeelding 2010-11-09 om 13.05.51

Profile Oiba – San Gil:

Schermafbeelding 2010-11-09 om 13.06.21

Oost-Colombia

De afgelopen week hebben we door Oost-Colombia gefietst en dat blijven we ook nog wel even doen, de grens met Venezuela is niet echt ver. En oh wat is dit een mooi land. Het is heel bergachtig, groen, veel mooie bloemen, aardige dorpjes met mooie centrale pleinen, behalve Barbosa. Dat is een drukke stad zonder charme. En San Gil, een backpackersplaats, is voor ons ook niet aantrekkelijk. We blijven hier wel een dag om het nabije Barichara, te bezoeken en om een dagje uit te rusten. Barbosa en San Gil zijn heel druk met verkeer en dan roepen nog allerlei mensen om zaken te verkopen, en rijden er geluidswagens rond om reclame te maken. Kortom drukte. Villa de Leyva was de rust zelve. Geen verkeer in de binnenstad en een lekker rustige hospederia. Oiba, waar we na Barbosa aankwamen, bleek een heel leuk dorpje te zijn. Witte huisjes, kleurige deuren, leuk centraal pleintje, waar ’s middags de kinderen spelen. ’s Avonds is het een soort hangplek voor jongeren. Ons hotel, Villa Buganvillia, was een genoeglijk hotel met een terras waar je lekker kon zitten. En tot nu toe hebben we ons overal veilig gevoeld.

Oost Colombia bevalt ons dus qua landschappelijk schoon, leuke dorpjes, veiligheid, aardigheid van de mensen, uitstekend. Maar: Fietsen in Oost-Colombia, dat is erg zwaar zeg. Zwaarder dan we ooit gehad hebben denken we, maar dat kan herinneringsvervaging zijn. Het is heel bergachtig, met heel steile hellingen. In 1 week blijken we 3000 meter te hebben geklommen, terwijl we toch steeds lager komen en daar zit 1 dag bij van 900 meter. Op zich moet dat wel gaan, maar de steile hellingen, soms 16%, kosten erg veel energie. Op onze zwaarste dag hebben we over bijna 70 km zo’n 5 uur gedaan. Mijn beste marathontempo zo ongeveer.

De bevolking

Opnieuw ervaren we heel veel hartelijkheid en belangstelling. We worden veelvuldig aangemoedigd door claxonnerende automobilisten. Ook worden we gefilmd. Vaak gaan onderweg de duimen omhoog en roepen mensen naar ons. Op een steile helling kregen we van een automobilist twee flesjes koud water door zijn raampje aangeboden. En toen we in een restaurant een beetje klaagden over het vele stijgen en dalen bood een man spontaan aan ons een stuk mee te nemen. Die hartelijkheid komt dus niet alleen in Azië voor. Mensen willen ook weten hoe wij Colombia vinden. Is het bonito? Dat bevestigen wij natuurlijk in alle toonaarden. De bevolking is erg westers gekleed. Er is geen sprake meer van traditionele kleding, zoals toen wij een jaar of 10 jaar geleden in Peru en Bolivia waren. Opvallend is het aantal militaire- en politiecontroles. Ooit gestart om de veiligheid op straat te waarborgen. Ze controleerden toen alle auto’s en motoren. Nu doen ze dat steekproefsgewijs, maar hun aanwezigheid werkt kennelijk preventief. Het gebied waar we nu doorheen gefietst zijn is ook tamelijk welvarend. Diepe armoede hebben we, op een enkele bedelaar na, nog niet gezien. Ik moet hierbij wel nadrukkelijk zeggen: hebben wij nog niet gezien. Onze reisgids (2008) geeft namelijk aan, dat een groot gedeelte van de bevolking onder de armoedegrens leeft en moet leven van 1 dollar per dag In Bogota waren wel enkele krottenwijken, maar daar zijn we niet echt geweest (een stukje langsgereden met de fiets bij het verlaten van de stad). Het leek eerder een randverschijnsel dan veel voorkomend. Er zijn veel mooie huizen onderweg, maar ook heel eenvoudige winkeltjes waar de mensen zelf wonen en waar je ook kunt zitten om wat te drinken. Dat lijkt wel op Aziatische toestanden. Alles open en toegankelijk voor iedereen, wat betekent dat er voor de bewoners weinig privacy is. Dat is wel economische noodzaak vermoed ik.

Garderobe

Wat neem je als vrouw mee op de fiets om er ook nog een beetje leuk uit te zien? Die vraag is me al meerdere keren gesteld, dus mijn garderobe: In verband met de veiligheid en de vele bergen en steile afdalingen hadden we besloten voortaan met een helm op te fietsen. Ik vond dat eerst niet leuk, want mijn haar komt er zo plat onderuit. Ik draag nu een sjawltje of haarband onder mijn helm, zodat ik als ik mijn helm afzet ook nog toonbaar ben. En ik moet zeggen: ik ben gecharmeerd van de helm. Er zit een zonneschermpje op, zodat mijn ogen in de schaduw zitten en ik zelfs geen zonnebril op hoef. Dat is namelijk extra warm. Ik hoef me ook geen zorgen te maken over de zonnebrand op mijn hoofd. En Frans vindt dat het me leuk staat. Die helm dient dus meerdere doelen. Zo ook mijn hardloop odlo. Rondom Bogota was het ’s morgens erg koud. Dan droeg ik de odlo over mijn fietsbroek. ’s Avonds heb ik hem onder mijn zijden kreukrok (net over de knie) gedragen. Met de laarsjes, die ik thuis eigenlijk niet meer draag, maar voor de reis en de koude in Bogota had meegenomen, zie ik er supermodern uit. Ik heb daarnaast nog een lange zijden kreukrok bij me. Een fietsbroek en een fietsrokje, een dikkere langebroek, 2 shirtjes met lange mouwen, 2 met korte mouw, 2 hemdjes, een paar sokken, sportschoenen en sandalen. Een bh en drie onderbroekjes. En dan nog een grote sjalw, die ik ook als rokje kan dragen. We wassen regelmatig in de hotels waar we zijn, dus dat gaat prima. Naast mijn garderobe heb ik natuurlijk toiletspulletjes bij me en ook nog 6 leesboeken, want zonder kan ik niet.

Eveline

Reten Militar, Ejercito Policia

Security is an item here. As we travel in this country we heard through an e-mail; from Holland that the airforce has bombed the Farc. We are not aware of anything. Most Colombians that we have a conversation with at a certain moment mention the topic of security. What we think about it? Of course, when we were preparing this journey, we got many warnings. And on the other hand we got enthousiastic stories on blogs from recent travellers in this country. There seem to be 2 approaches. Travellers feel rather relaxed about it, Colombians are more concerned. Of course they will have had there experiences, but if asked it appears that most things happened years ago. The situation has improved dramatically under the rule of president Urribe. The greatest threat for tourists seems to be ordinary theft (compare what some people say about Amsterdam). The national tourist organisation has a slogan: “The only danger is that you want to stay”.
Well, we are told not to be on the road in the dark, which we never did or will do. In Bogotà we were extra alert, as newcomers in the country, but gradually we have become really at ease. People are very, very friendly and they behave easily and make a fairly happy and easy-going impression. What we do notice is a great presence of the police and the military. Mostly young boys, drafted for the service it seems. In towns they seem to be on every corner, sometimes armed with a rubber club only, sometimes with rifles. They greet us friendly with a smiling “Buenos dias” and I once tried to swap my bike for his rifle with one of them, since he was very interested in the machine. He wouldn’t do it, thanking me kindly and with a laugh for the offer.
On the road we pass check points more often during the day. They are announced with the sign “Reten Militar” or “Ejercitio Policia”, there is a row of pilons in the middle of the road, a threshold-barrier made by on ald tractor tyre or something like that and 10 or 20 young uniformed armed boys wave hello to us. It’s all done in a relaxed or maybe bored way, obviously nothing exited has happened for them for a long time. So until now we have not had the feeling of being insecure and we don’t think that there is a big risk. But on the other hand we take people’s advice seriously and behave likewise.

Villa de Leyva – Barbosa (alt. 1597)

Total distance 61,5 kms. Total ascent 697 mtrs. Trip time 5.28.
Left Villa de Leyva in northern direction towards the village of Arcabuco, on the main road from Bogotà to the coast. Temp. at 09.00 hrs already 20 ˚C. Very quiet road in a much greener environment than south of the town, very beautiful . The road starts to climb immediately and continues to do so until Arcabuco (alt. 2578) after 25 kms. The highest point is at 21 kms, 2590 alt. Parts of this road are very steep, reaching over 15% more than once. It took us nearly 3 hrs to do these 25 k. So the break in Arcabuco was more than welcome. We had coffee, a kind of pastry with chicken inside (con pollo), a cup of a local non alcoholic fruit brew and a cup of yoghurt. Prices here are very much lower than before, evidently we’re in the countryside now. We didn’t pay more than 2 Euros for this double lunch. From Arcabuco to Barbosa was mainly downhill, very much downhill as it is, some 1000 mtrs, with some leg killing short climbs in between. Barbosa is a not interesting town, where we found a very clean hotel with a balcony overlooking a grand valley. No hot water here, the climate makes it unnessary they say, and there is some truth in it. The hotel, food and beer are darn cheap again and the people remain nice and friendly.

Download 20100106_vdleva_barbosa.gpx

Schermafbeelding 2010-11-09 om 12.46.51

Schermafbeelding 2010-11-09 om 12.47.15

 

De kleur geel, foto´s en de Engelse taal.

We gebruiken in deze blog de kleur geel omdat dat duidelijker leesbaar zou zijn. Deze keer wilde het niet lukken.

Als we kunnen uploaden we iedere keer nieuwe foto´s naar ons Picasa album. Dat is nu weer gebeurd. Je kunt steeds dezelfde link gebruiken uiteraard.

We schrijven Engelstalige berichten om 2 redenen. 1. We hebben enkele vrienden die geen Nederlands en wel Engels kunnen lezen. 2. Er zijn meer mensen zoals wij die op verschillende plaatsen in de wereld aan het fietsen zijn of gaan. Zij zijn zeer gediend van informatie over routes en mogelijkheden. Er zijn vele bloggers die niet alleen maar hun verhaaltje vertellen, maar daarmee ook anderen van dienst zijn bij hun planning en voorbereiding. Ook wij maken daar deze keer weer volop gebruik van. Dienst – wederdienst dus.

Sommigen lezen niet graag berichten in het Engels. Heb je al eens een online vertaal site geprobeerd? Kopieer een bericht en plak het bv. in GoogleTranslate, het levert geagrandeerd iets leesbaars op.

Van het groene hooggebergte naar de droge warmte

Zowel zondag 3-1 als maandag 4-1 zijn we vroeg de fiets opgestapt. Na een stevig ontbijt met  gebakken spiegelei, brood en kaas en zoete koffie. De hemel is fel blauw en het is 9˚C, dus lange broek, warm fleecevest en handschoenen. Rond half 10 konden lange broek en vest uit. Nog later ook het shirtje en werd het fietsen in korte broek en hemdje. Dit is voor mij het begin van een heerlijke dag. Vroeger, bij onze bergtochten was dat ook zo. Zachtjes je lichaam warm laten worden door de zon tot het eigenlijk te warm wordt, dan wordt het soms een beetje afzien. Maar klagen mag niet, want het Nederlandse klimaat is niet te verkiezen boven deze luxe van steeds maar mooi weer.

 

We hebben een paar stevige klimmen gemaakt. De hoogste was tot 3090m, daarna nog een tot 2700m. Chiquinquira, waar we zondag hebben overnacht, lag op 2574m, Villa de Leyva, waar we maandag zijn aangeland op 2149m. Beide stadjes zijn mooi. Ze hebben een groot centraal plein, waar mensen flaneren, naar muziek zitten te luisteren en op terrasjes eten en drinken. Het lijkt een welvarende streek. Rondom Chiquinquira is veel veeteelt, veel koeien. Dus ook veel zuivel: melk en kaas, boter en room, kortom, dat doet een beetje Nederlands aan. Zuid-Limburgs noemden we het landschap op weg naar Villa de Leyva. De Ardennen of de Eifel zou ook kunnen. Het is groen en glooiend, maar wel op 2600m hoogte. De mannen in deze streek ogen ook anders dan bij ons. Vaak met spijkerbroeken, soms met kaplaarzen en cowboyhoeden, zoals ik me herinner van Bonanza.

 

Als we dalen richting Villa de Leyva wordt het landschap plotseling mediterraan. Warm en droog. De wind is dat ook. Het landschap is kaler met bougeainvilla’s, oleanders, agaves en olijfbomen. Ik merk dat ik het groene landschap prefereer. Het verveelt minder snel, is afwisselender en lieflijker.

 

Villa de Leyva is een nationaal monument. Het heeft de koloniale bouwstijl goed bewaard. De huisjes hebben twee verdiepingen, zijn afgesmeerd met aarde en witgepleisterd. Het hele centrale plein, geplaveid met grote kinderkoppen, is omzoomd met deze witte huisjes met rode dakpannen. Het is een echt toeristenplaatsje met winkeltjes en restaurantjes. Dat is natuurlijk terug te zien aan de prijzen, maar het is ook wel heel leuk om hier rond te wandelen.  Onze hospederia ligt aan een leuke binnentuin vol potplanten. Het is fijn om daar wat te lezen. Er zijn een paar koloniale huizen als museum ingericht, omdat ze toe hebben behoord aan o.a. een verdediger van de mensenrechten, een vrijheidsstrijder en een schilder. We moeten hier dus wel een dagje blijven.

 

De conditie van Frans heeft overigens behoorlijk geleden onder zijn gebroken heup. Ik fiets op hellingen omhoog steeds vóór hem uit en ben als eerste op de pas, terwijl dat voorheen altijd omgekeerd was.

 

Frans is wel beter in het Spaans. We vinden het allebei jammer dat we niet beter Spaans spreken. Het half jaartje Spaanse les dat we ooit hadden geeft wel wat houvast, maar een gesprek aangaan is voor mij niet weggelegd. Ik versta vaak wel wat mensen tegen ons zeggen en mensen willen graag met ons praten, maar kan dan niet snel genoeg tot een antwoord komen. Frans gaat met behulp van zijn Engels, Frans en Italiaans rustig een op Spaans gelijkend gesprek aan. En hij hééft dan ook echt een gesprek. Ik geniet daar wel van mee, maar écht participeren is moeilijk voor mij. Mochten we besluiten vaker naar zuid-Amerika te gaan, ga ik toch weer Spaanse les volgen. 

 

Eveline

Chiquinquira – Villa de Leyva (alt. 2155)

4 jan 2010. 50.9 kms, odo 213,8.Total ascent 395 mtrs, mostly downhill. Triptime 4.09. Temp 13 ˚C in the morning up to 32 in the afternoon.

Found our way out of town easily. During the ride we changed to a Mediterrenean climate, hot and dry. In a bar along the way we met 3 elderly men who were drinking beer plus something stronger. Señor Puin, a big man with a big hat, as many men wear here with obvious reasons (burning sun!), found the climate here the best in the world. He owns a small enterprise that produces medical equipment. We had a nice conversation and exchanged our cards. Of course we should call him if we needed anything etc. etc. When we left they insisted to pay for our drinks. More and more we get convinced that the average Colombian is an agreeable person.

In the early afternoon we reached Villa de Leyva. This small town is a national monument and it has been restored into the colonial town that it originally was. Low houses, cobblestone streets that are difficult to walk on and a large cobblestone square. Very nice, very touristic.

We settled in at Hospederia Colonial, a historic house with nice low rooms around a garden, clean, quiet, beautiful, hot water etc. We decided to stay an extra day here.

The track: Download 20100104_chiq_villadeleyva.gpx

Schermafbeelding 2010-11-09 om 12.40.57

Schermafbeelding 2010-11-09 om 12.41.37

 

Zipaquira – Chiquinquira, (alt. 2574)

Sunday Jan 3rd 2010.

94.7 kms, total ascent 711 mtrs. Total riding time 6 hrs 55 min. Odo 162.9 kms. Temp in the morning 8 ˚C, cold hands!, in the afternoon up to 30 ˚C, Maximum speed 69,6 km/hr (I was really surprised myself, never reached this speed before with a packed bike!Viva the stable (=stiff) Santos bike).

Got out of bed app. 06.30. At 07.30 breakfast 3 quadras (blocks) from the hotel, we were the absolute first guests of this Sunday. The proprietress was a very nice lady. We had fried eggs, bread, cheese and coffee. When she heard that we were heading for Chiquinquira on our bikes her first reaction was a slight gasp. But then she summoned her little son (10?) to guide us out of town towards the correct road and when we were getting on our bikes she came after us and gave us 6 melcochas, blocks of sugar cane, made soft with butter, like a soft caramel. For the calories, she said, Colombian cyclists always took them. They tasted really nice and I guess they helped us through the day.

Such nice people help a lot in giving you a good feeling and since we kept having very nice and spontaneous encounters with the local people during this day we are feeling quite comfortable in this country by now.

After app. 15 kms a climb started towards a pass at 3075 alt. Here I discovered that I have lost a lot of my good physical condition after my accident in August last year and a period of less physical activities as a consequence. I was panting and I couldn’t follow Eveline. My legs just weren’t strong enough. When we reached the pass at 23 kms I was really tired. A new experience. Eveline remained the fastest during the whole day (exept for this was very speedy descent, of course).

The ride was beautiful, we remained on a high plain, with a lot of grassland and cows, eucalyptus trees, strawberry gardens and lakes. We had a delicious home made fresh yoghurt and strawberry drink from a food stall at one of the dairy farms along the road.

We got fairly sun burnt. At the end of this long day we reached Chiquinquira at about 4 o`clock, where we checked in at Hotel La Vina (good, clean, hot shower) at a beautiful square. Right in front of the hotel was a beer stand, where of course we reported as new customers after having freshened up. The barman had seen us arrive and was giving us extra quick service as to express his admiration. Later we discovered a still nicer square, with a bigger cathedral and many reaturants and bars. We didn’t make it too late though, because at a certain moment the 94 k on the second day made us long for a bed.

The track: Download 20100104_zip_chiquinquira.gpx

Schermafbeelding 2010-11-09 om 12.28.08

Schermafbeelding 2010-11-09 om 12.28.30